
Kleyne Lettertjes: Wij zijn oranje
19 juni 2024 om 16:00 Column Kleyne LettertjesIk ben fan van Oranje. Al een hele tijd. Het is een prachtig team dat vol overgave de strijd aangaat. En toch weet je dat ze ergens gaan verliezen. Het is haast onvermijdelijk. Al presteren we nog zo goed en doet iedereen nog zo z’n best. Support is er genoeg, daar ligt het niet aan. Zo zag ik een item op het NOS journaal. Over een oranje fiets gemaakt van kinderen. Van grote hoogte keken we naar beneden op een schoolplein met heel veel leerlingen. Samen vormden zij een levende racefiets, waar de wielen zelfs van konden draaien. Wat knap!
In de vorm van een fiets steunen zij dorpsgenoot Frank Bos. Met reden, want Frank heeft ALS. Een vreselijke spierziekte waar jaarlijks teveel mensen aan overlijden. Een medicijn bestaat nog niet. Maar Frank blijft sportief, zelfs als bewegen steeds moeilijker wordt. Hij heeft een team op de been gebracht; Frank’s Pedals om deel te nemen aan de Tour du ALS en geld in te zamelen voor de strijd tegen deze ziekte. En terwijl de kinderfiets rondjes reed bij de Anne Frankschool peddelden de Pedals in een oranje stoet van familie, vrienden en dorpsgenoten een keer of keer op keer de Mont Ventoux op. Fietsend, lopend of rennend. Gedurende 20,8 kilometer 1594 meter stijgen, dat is dus stevig doortrappen en stappen.
In 2011 ben ik in Bunnik komen wonen. Ik liet Utrecht achter me om groot te wonen in een klein dorp. Dat was wennen. Ik was niet gewend om te groeten op straat. Dat fietsen niet per se op slot hoeven. En dat we een praatje maken in de supermarkt. Dat we gereedschap lenen én terugbrengen. Dat we binnenlopen bij elkaar. Dat we zoveel kappers hebben - en ik geen haar. Dat je kinderen worden gecorrigeerd als je er niet bent (én als je erbij bent). Dat we de buurtapp als marktplaats gebruiken, en voor ergernissen. Dat we een hoogopgeleide, blanke enclave zijn. Dat we stiekem toch gaan zwemmen bij de Raadhuisbrug. Dat we naar elkaar omkijken. Dat we kunnen terugvallen op samen, ook als je alleen bent. Dat mensen lasagna’s maken als je het moeilijk hebt. Dat er mensen voor je fietsen, als je het niet meer zelf kan. En waar polarisatie steeds meer terrein lijkt te winnen, strijdt een oranje team uit Bunnik voor elke meter, elke euro op de Mont Ventoux. Bunnik is een klein dorp met grootse inwoners.
Er is een Oranje 11-tal dat nu wordt geprezen en gehuldigd voor ’s lands eer. Maar op de Mont Ventoux verschijnt een oranje team met 150 basisspelers die spelen voor lijfsbehoud, al is het verlies al bekend. Hulde!
Wouter de Kleyn
Dit was mijn laatste Kleyne Lettertjes (in ’t Groentje).
Het was me een genoegen.
Blijf tussen de regels lezen!













