Nieuwbouw in Bunnik: appartementencomplex Rhijnhaeghe (archief, december 2021).
Nieuwbouw in Bunnik: appartementencomplex Rhijnhaeghe (archief, december 2021). Frits Beijnink

Raad wil koopwoningen tot 280.000 euro laten bouwen, haalbaarheid daarvan lijkt minimaal

18 oktober 2023 om 14:30 Politiek

ODIJK De raad besprak 12 oktober het voorstel van het college om een tweede categorie ‘sociale koopwoningen’ te benoemen. De bovengrens van die categorie wordt nu nog bepaald door de maximale hoogte van de nationale hypotheekgarantie (NHG, nu 405.000 euro), maar het college wil een extra categorie opnemen tot maximaal 355.000 euro (de NHG-grens in 2022). Een motie van D66 en P21 om een derde categorie te benoemen, tot maximaal 280.000 euro, werd door de raad aangenomen en overgenomen door het college.

door Frits Beijnink

In maart sloten minister Hugo de Jonge, de provincie Utrecht en de U10 gemeenten (waaronder Bunnik) de regionale woondeal. In deze woondeal staat de bouw van betaalbare woningen centraal. Betaalbaar betekent: sociale huurwoningen (tot 808 euro per maand), middenhuurwoningen (tot zo’n 1100 euro per maand) en zogenoemde sociale koopwoningen (tot de NHG grens, voorheen 355.000 euro maar dit jaar verhoogd naar 405.000 euro). Om sociale koopwoningen betaalbaar te houden wordt nu, conform de regionale woondeal, een aparte categorie tot 355.000 euro (onafhankelijk van de NHG-grens) opgenomen in het gemeentelijk woningbeleid. Dat beleid vormt de juridische basis op grond waarvan de gemeente bij nieuwe bouwplannen prijsniveaus kan voorschrijven aan projectontwikkelaars.

MOTIE: OOK TOT 280.000 EURO

Koen van Gulik (P21) onderbouwde de motie voor een derde categorie tot 280.000 euro met een uitleg waarom die lagere grens voor sociale koopwoningen nodig is: voor een hypotheek van 405.000 euro (de NHG-grens) is bij de huidige rentestand een gezamenlijk inkomen nodig van 90.000 euro, voor een hypotheek van 355.000 euro is dat nog steeds zo’n 75.000 euro. Dat is veel geld, ook voor tweeverdieners in de modale beroepen, laat staan voor de lagere inkomens. Vandaar de wens om in het woningbeleid ook een categorie op te nemen van 280.000 euro, in ieder geval als ‘ambitie’. Het CDA wilde de motie alleen steunen als daarin werd opgenomen dat deze categorie geldt ‘als marktomstandigheden het haalbaar maken’. Dat is volgens alle partijen inderdaad maar zeer de vraag. De VVD stemde tegen de motie omdat de partij eerst de totale woonvisie wil zien om dan een afweging te maken.

STIJGENDE BOUWKOSTEN

Voor elk nieuw bouwproject bepaalt de raad de exacte verdeling over de verschillende categorieën, die volgens het woningbeleid mogelijk zijn. Zo is voor de Kersenweide besloten tot de bouw van 1200 woningen in de verdeling: 30 procent sociale huur, 40 procent in het betaalbare middensegment (middenhuur en sociale koop) en 30 procent in het duurdere koopsegment. Of deze verdeling de komende jaren stand houdt is afhankelijk van ontwikkelingen in de markt. Die ontwikkelingen zijn somber: de stijgende kosten van materialen, lonen en rente maken bouwen in een rap tempo steeds duurder. Zo ligt binnenkort het besluit voor in de raad om voor de bouw van zes huurappartementen in de Krommerijnstraat in Bunnik af te wijken van de geplande verdeling (twee appartementen sociale huur, twee appartementen middenhuur en twee duurdere huurappartementen). Dat moeten nu vier sociale koopappartementen en twee vrije sector koopappartementen worden, omdat woningen in de goedkopere huursegmenten voor de projectontwikkelaar onbetaalbaar zijn. 

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie