
Bijlo’s BunniksBlik Jaaroverzicht: In gesprek met de Boom van het Jaar, de Markiezeneik
31 december 2022 om 11:58 OverigWaar moeten al die ingeblikte mensjes toch steeds maar weer heen? Naar Duitsland, voor illegaal vuurwerk? Naar oma en opa, met snotterende kinderen op de achterbank met griep, corona en gewone verkoudheid tegelijk? “Ugge Ugge ugge ugge ugge ugge”, zingt vader Abraham op de autoradio, in een herdenkingsshow van artiesten die dit jaar de pijp aan Maarten hebben gegeven.
De Markiezeneik heeft ze allemaal overleefd. Meat Loaf, Gerry Lee Lewis, Gary Brooker, je weet wel, van A Whiter Shade Of Pale. En de dode artiesten van 2023 zal hij ook overleven, net als die van 2024, er is geen enkele aanleiding om te vrezen dat de coole eik binnenkort bezwijkt, want cool is hij, met zijn rustige ruige gegroefde gebarsten bast, hij is de tijd, hij heeft de tijd. Hoewel, is dat wel zo, is er geen gevaar?
Hij stond hier al toen onze eerste koning Bunnik binnentrok. Nee, dat was niet Willem I, dat was Napoleon, Lodewijk Napoleon, de broer van. Hij had het Landgoed Amelisweerd gekocht, inclusief de eik, voor 100.000 gulden. Hij zou er gaan wonen, in Landhuis Oud Amelisweerd, althans, dat dachten de Bunnikers en Vechtenaren. Uiteindelijk stalde hij er slechts een maîtresse, die ook niet echt op zijn warme aandacht kon rekenen. Maar dat wisten ze natuurlijk niet in september 1809, toen men hem hier warm onthaalde. Ze hadden een gedicht voor hem geschreven. De eik kent het begin nog uit zijn hout:
“Dit land-feest is, geliefde koning
Geen praal geen grootsche pragtvertoning
hier heerscht de blijde eenvoudigheid
‘T zijn landlieden die uit zuivere achting,
bij ‘t vol besef van plichtbetragting
deeze dag u hebben toegeweid.”
Zo ging dat nog strofes en strofes door. Het was een beetje een slijmerig gedicht, het zou best kunnen dat Napoleon toen hij het hoorde dacht: Nounounou, dat stadhuis op de Dam in Amsterdam is misschien zo gek nog niet, laat ik dat gewoon ombouwen tot paleis en dan doe ik hier de maîtresse.
Maar het feest ter ere van de intocht was best leuk geweest, weet de eik nog, met goede Bunnikse catering uiteraard. De horeca was, in tegenstelling tot nu, het hele jaar open geweest. Corona betekende toen nog gewoon kroon in het Latijn.
“for you, there’ll be no more crying. For you, the sun will be shining. And I feel that when I’m with you it’s allright,” zingt Christine Macvie van Fleetwood Mac in het herdenkingsprogramma op de autoradio’s.
Dat is te hopen, eik. Ik bedoel: Fysiek mag je dan nog jaren mee kunnen, je kan nog tientallen gemeenteraadsverkiezingen meemaken, er dreigt wel een ander gevaar.
Je hoort er trouwens weinig meer over, de laatste tijd, over de gemeenteraadspolitiek. Vroeger sneuvelde er minstens één keer per jaar een P21-wethouder. Die viel dan over windmolens in een aanpalende gemeente, of over… Ach, wat maakt het uit, we gaan geen oude koeien uit de sloot halen, dat maakt maar stikstof en we hebben al zo weinig stikstofruimte.
Het zegt de eik niet veel, stikstof. CO2, dat zet hij graag voor ons om in zuurstof, maar stikstof… Je moet gewoon zorgen dat er zo weinig mogelijk mest is, dan lost het probleem zich vanzelf op, zo simpel is het. De eik begrijpt de ophef niet zo. Dat gedoe met al die omgekeerde vlaggen. Ze hangen er nu al zo lang dat het meer opzien baart als iemand een omgekeerde vlag omgekeerd ophangt, zoals dat dat in het oude normaal gebruikelijk was.
De eik heeft de trekkertoeters van de boeren op de A12 gehoord, hij hoorde ze schreeuwen. “No farmers no food!” Dat is onzin natuurlijk, het is andersom. Het is no food no farmers, want zonder food zijn alle farmers dood.
Ze staken hooibalen in de fik. Hij vond het gevaarlijk, het was in die tijd gortdroog in Nederland. Het schip De Krommerijnder kon het Balkengat niet meer uit, nou ja, dan weet je het wel. Het enige voordeel was dat er stukken minder motorboten op de Kromme Rijn voeren. Wat een belachelijk idee was het om dat überhaupt toe te staan, mensen die dat gefiatteerd hebben zijn bijna net zo lomp als die hooiboeren.
De mensheid, vindt de eik, heeft ontzettend veel moeite met duidelijke keuzes maken. Hij hoorde laatst iemand, die langs hem liep, een theorie uitleggen over buitenaardse reptielen. Ja, buitenaardse reptielen, die zouden de wereld besturen. Hij schudde met zijn takken van het lachen en hij liet een paar eikels vallen op de eikel die dat beweerde. Die buitenaardse reptielen, dacht hij, dat zijn jullie zelf, vermomd als kippen zonder kop, die keihard lopen te kakelen vanuit de onderbuik. Plofkippen, dat zijn jullie, mensen, die straks door hun poten zakken omdat jullie systeem niet houdbaar is. Jullie doen net alsof jullie vier aardes tot jullie beschikking hebben, maar jullie hebben er maar één.
Jullie kunnen gewoon niet als Nederlandje de tweede landbouwexporteur van de wereld zijn en tegelijkertijd nog een miljoen woningen willen bouwen in de Kersenweide. Een miljoen, zijn het er echt zoveel, in Odijk west? Is dat de echte reden dat Leny Visser van het CDA is afgescheurd, dat zij zich daar niet in kon vinden? Gelijk heeft ze, het gaat niet. Jullie moeten echt drastische hervormingen gaan invoeren. Al jullie supermarkten liggen vol met buitenlands voedsel, en wat jullie boeren produceren, daarvan gaat vijfenzeventig procent naar het buitenland. Dat is onhandig, vindt de eik, buitengewoon onhandig.
En de boeren maar schreeuwen en fik stoken. Man, stel je voor, je staat al sinds Lodewijk Napoleon de seizoenen te tellen en je blad aan en uit te doen, meer dan 200 keer en dan leg je het loodje door z’n stomme actie van een paar lompe agrariërs.
“Goodness grcious great balls of fire,” zingt Gerry Lee Lewis in het herdenkingsprogramma voorde dode artiesten op de autoradio’s.
Mensen, denkt de eik, kom tot jezelf, neem nou eens genoegen met genoeg. Jullie noemen jezelf de corona op de schepping, handel daar dan ook naar, laat dieren, planten, bomen, laat ze zijn wie ze zijn. Woon en leef met ze, vernietig ze niet, dat zal jullie eigen ondergang worden.
“Stem op mij,” roept hij, hij overstemt het verkeer op de snelweg met gemak. “stem op mij, straks in februari, zodat ik behalve Nederlandse Boom van het Jaar ook Europese Boom van het Jaar kan worden. Dan verkleinen jullie de kans dat het gevaar dat mij bedreigt werkelijkheid wordt. Er ligt namelijk nog steeds een asfaltmonster op de loer dat mij wil kappen om de A27 te verbreden met twee rijstroken. En waarom? Om nog meer spullen te vervoeren. Kom op mensen, kappen met dat meer. Leef naar je behoefte, niet naar de reclame en naar die absurde gedachte dat je allerlei troep moet hebben omdat anderen het ook hebben. Stop met die spullenwoede, het scheelt je handenvol geld. Sta je zelf wat rust toe, wat geduld, dan kan je, net als ik, nog heel veel seizoenen mee.
Daar staat hij stoïcijns te staan, vlak naast de A12. Auto’s, vrachtwagens, busjes en bussen trekken in een vrijwel ononderbroken stroom aan hem voorbij. Het doet hem niets. Hij is een rots in de branding van transport.
Vincent Bijlo













