Afbeelding
Agnes Corbeij
Ingezonden

Plan Hoenderik

Opinie

De Raad van de gemeente Bunnik heeft geen kaders voor het plan Hoenderik vastgesteld. CDA en P21 waren tegen. Maar wat nu? P21 vindt dat je geen kaders kunt vaststellen als er geen visie op het gebied is vastgesteld, waarbij ook de bevolking de mogelijkheid heeft een bijdrage aan het ontwikkelen van die visie te leveren. Het viel mij op dat er vooral procedurele argumenten naar voren werden gebracht en nauwelijks inhoudelijke argumenten.

Het gebied is voor een klein deel bestemd voor woningbouw. Juist dat gebied grenst aan de Kromme Rijn. Daar ligt ook het Jaagpad, onderdeel van de Kromme Rijn wandelroute Utrecht - Wijk bij Duurstede. Na een prachtige wandeling door de landgoederen tussen Utrecht en Bunnik met veel afwisseling is de passage langs Bunnik minder aantrekkelijk. In Bunnik is vrijwel overal tegen de Kromme Rijn aan gebouwd. Die fout wordt in het Plan Hoenderik herhaald. Zeer veel mensen hebben daartegen door een handtekeningenactie bezwaar gemaakt. Het leeft sterk bij de Bunnikers.

Om de mensen toch voor het plan te winnen, wordt een groot stuk “weiland” beschikbaar gesteld voor recreatie. Men wil er nieuwe natuur gaan scheppen en wandelpaden aanleggen. Dat idee is fundamenteel fout. Daarvoor zijn redenen vanuit de natuur en vanuit de historie van het gebied. Sinds het tot stand komen van het Fort bij Rhijnauwen ligt dat “weiland” binnen de kringen van het fort. Vanuit het fort wilde men een vrij schootsveld. Zo’n 150 jaar heeft de natuur haar werk kunnen doen. Door een afwisselende ondergrond van klei en ondiep rivierzand, door verschillen in hoogte en dus in vochtigheid is er potentieel een hoge natuurwaarde, maar door de lange tijd zonder verstoring ook actueel een enorme soortenrijkdom. Maar het gebied heeft ook de hoogste graad van kwetsbaarheid. Dat lijkt mij te betekenen, dat een recreatiebestemming zeer onwenselijk is.

Hoe komt het dat dit gebied zo rijk is aan natuurwaarden? Waardoor die afwisseling in grond, reliëf en vochtigheid. Langs de Kromme Rijn ligt een oeverwal. Langzaam wordt het vanaf de rivier hoger en dus droger. Dwars door de woningbouwlocatie loopt de stroomrug van de voormalige Zeister Rijn (3000-1500 B.P.). De sloot langs de Hoenderiklaan is in werkelijkheid een restgeul van die Zeister Rijn. Ook die stroomrug geeft lichte hoogteverschillen. Als het gebied ooit in beheer komt bij het Utrechts Landschap, dan hoort die organisatie die bijzondere kenmerken te respecteren en zo min mogelijk te veranderen. Het open landschap in het schootsveld van het Fort bij Rhijnauwen moet gehandhaafd worden. Daardoor houdt het landschap het unieke karakter. Geen projectontwikkelaar mag daar vernielend zijn gang gaan.                            

John Jorna

,,Alle beweringen in deze ingezonden brief worden door wetenschappelijke literatuur ondersteund. Het is vanuit Odijk mijn bijdrage aan de discussie. Wij wandelen ook graag over de Kromme Rijnroute”

advertentie