Buurtbarbecue bij oplevering van koop- en huurwoningen in het Rhijnhaeghe-complex in 2021.
Buurtbarbecue bij oplevering van koop- en huurwoningen in het Rhijnhaeghe-complex in 2021. Lekstede Wonen

Woonlasten Bunnik stijgen in 2024 met gemiddeld 145 euro

8 december 2023 om 08:45 Politiek Tips van de redactie

ODIJK De gemeentelijke woonlasten voor een gezin met een gemiddelde koopwoning stijgen volgend jaar met 145 euro, een stijging van bijna 12 procent. Belangrijke oorzaak is de hoge inflatie die wordt doorberekend in de onroerend zaak belasting (OZB). De afvalstoffenheffing en de rioolheffing worden ook verhoogd, om kostendekkend te blijven.  

door Frits Beijnink

Oppositiepartijen VVD en CDA waren in de raad van 7 december niet blij met deze lastenstijging. De VVD kondigde een voorstel (amendement) aan voor lagere tarieven voor de raad van 14 december. Gezien de stemverhoudingen in de raad is het niet waarschijnlijk dat dit voorstel tot serieuze veranderingen leidt.

ONROEREND ZAAK BELASTING

Huiseigenaren betaalden dit jaar 0,1093 procent OZB over de WOZ-waarde van hun woning per januari 2022. Dat komt gemiddeld neer op een bedrag van 681 euro, bij een gemiddelde woningwaarde van 623.000 euro. Bij de OZB-aanslag van komend voorjaar wordt 0,1296 procent in rekening gebracht, over de WOZ-waarde per januari 2023. Dat leidt tot een aanslag van 760 euro, bij een geschatte gemiddelde woningwaarde van 586.000 euro – de woningprijzen zijn in 2022 gedaald. De aanslag wordt daarmee gemiddeld 11,6 procent hoger, gelijk aan het door de gemeente gehanteerde inflatiepercentage. Dat percentage is een optelsom van een deel van de inflatie in 2022 (niet eerder doorberekend) en de inflatie in 2023.

AFVALSTOFFEN- EN RIOOLHEFFING

Deze heffingen volgen niet de inflatie maar worden elk jaar vastgesteld op een niveau dat nodig is om de begrote werkelijke kosten te dekken. Voor een huishouden van één persoon stijgt de afvalstoffenheffing van 189 naar 208 euro en voor een huishouden met meer personen van 325 naar 373 euro, een stijging van bijna 15 procent. De rioolheffing stijgt voor alle huishoudens van 235 naar 253 euro.

WOONLASTEN RELATIEF HOOG

De gemeentelijke begroting van 43 miljoen euro wordt voor het grootste deel door het Rijk gedekt. Daarnaast zijn de OZB (6,8 miljoen) en de afvalstoffen- en rioolheffing (4,1 miljoen) de belangrijkste bron van inkomsten voor de gemeente. De woonlasten in de gemeente Bunnik zijn relatief hoog. Voor een gezin met een koopwoning bedroegen die vorig jaar 1217 euro, tegen een gemiddelde van 1020 euro voor de provincie Utrecht (bron: Coelo.nl). Daarmee stond Bunnik samen met de gemeente Utrechtse Heuvelrug op een gedeeld tweede plaats in de provincie, na de gemeente Montfoort (1228 euro). De gemeente Veenendaal kende vorig jaar in de provincie de laagste lasten, met een bedrag van 773 euro.

OPPOSITIE NIET BLIJ

Thies van den Berg (VVD) en Cor Kool (CDA) waren niet blij met de lastenverhoging, maar moesten ook erkennen dat de tariefstijgingen een uitwerking zijn van de begroting voor 2024, die de raad eerder heeft vastgesteld. Wethouder Hilde de Groot benadrukte dat de inflatie een realiteit is die de gemeente niet kan ontwijken: „Je kan de inflatie nu eenmaal niet amenderen.” Zij lichtte toe waarom het door de gemeente gebruikte inflatiepercentage van 11,6 procent hoger is dan het CBS-inflatiecijfer over 2023. Dat komt omdat de inflatie al in 2022 sterk is gestegen. Dat is door de gemeente toen niet doorberekend naar de gemeentelijke tarieven. Rob van Mourik (P21) nuanceerde de positie in de ranglijst van Utrechtse gemeenten met de opmerking dat Bunnik wel tot de rijkste gemeenten van de provincie behoort. Dat ontlokte Cor Kool de opmerking dat er ook in Bunnik mensen met een kleinere beurs wonen. Voor de VVD lijkt er tot slot weinig speelruimte om in de raad van 14 december wezenlijke veranderingen voor te stellen: de begroting voor volgend jaar is immers al uitgebreid behandeld en vastgesteld.

JAARLIJKSE CORRECTIE De verhoging van het OZB-percentage komt door de inflatiecorrectie én door een correctie voor het feit dat de woningwaarde in 2022 gedaald is. Jaarlijks corrigeert de gemeente namelijk het OZB-percentage om de uiteindelijke opbrengst (los van inflatiecorrectie) gelijk te houden: dus een lager percentage bij een gestegen woningwaarde, en een hoger percentage bij een gedaalde woningwaarde. Die correctie wordt afgestemd op de verandering van de gemiddelde woningwaarde over de hele gemeente. Voor een individuele woningeigenaar kan die verandering uiteraard heel anders uitpakken.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie