
Wat is sport waard voor de politieke partijen?
14 maart 2026 om 14:50 PolitiekBUNNIK/ODIJK/WERKHOVEN Veel sportaccommodaties in de gemeente Bunnik zijn aan onderhoud of zelfs vervanging toe. Ook wordt er met de geplande nieuwbouw verwacht dat uitbreiding nodig zal zijn. De vraag is wie dat gaat betalen. De gemeente heeft geen volle portemonnee en sport is geen wettelijke taak.
Sport lijkt in de gemeente Bunnik vanzelfsprekend. Veel inwoners zijn lid van een vereniging en bijna zeven op de tien volwassenen sporten wekelijks, een van de hoogste percentages in de regio. Maar kan dat in de toekomst zo blijven? En wat is daarbij de rol van de gemeente?
TEKORT
Die vraag speelt juist nu. Bunnik staat, net als veel andere gemeenten, voor een financieel lastige periode. Door lagere rijksbijdragen en stijgende kosten moet de gemeente de komende jaren keuzes maken. Het tekort loopt op tot ongeveer 1,5 tot 2 miljoen euro per jaar. Dat betekent dat op verschillende terreinen naar besparingen wordt gekeken.
Sport kan daarbij een onderwerp worden. Anders dan bijvoorbeeld jeugdzorg of de Wmo is sport namelijk geen wettelijke taak van gemeenten. Juist daarom kan sport in financieel moeilijke tijden een van de knoppen zijn waar politiek aan draait.
SPORTBELEID
Het nieuwste sportvisie van de gemeente Bunnik dateert uit 2017. Deze richt zich met name op de wijze waarop de gemeente sport en bewegen positioneert binnen het sociaal domein. Inmiddels zijn er meer inwoners, nieuwe woningbouwplannen en vragen sportverenigingen zich af of de bestaande voorzieningen wel voldoende zijn.
Om die reden is een initiatiefgroep ontstaan die sport nadrukkelijker op de politieke agenda wil krijgen. Onder de naam Politiek Bunnik Beweegt roepen betrokken inwoners en sportorganisaties partijen op om in hun verkiezingsprogramma’s duidelijk te maken wat zij met sport willen. Volgens initiatiefnemers is het belangrijk dat sport niet pas onderwerp wordt als er moet worden bezuinigd, maar dat er een duidelijke visie komt op bewegen, gezondheid en sportvoorzieningen in de gemeente. Ook is een investering in sport een bezuiniging op de gezondheidszorg, zo stellen zij.
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen legde Politiek Bunnik Beweegt de vier politieke partijen dezelfde vraag voor: wat is de sport waard?
![]()
P21 wil de sociale basis, het verenigingsleven en maatschappelijk vastgoed in onze dorpen versterken. Sport en bewegen dragen bij aan sociale cohesie, gezondheid, preventie, persoonlijke ontwikkeling en inclusiviteit. P21 wil daarom integraal beleid ontwikkelen waarin sport en bewegen een belangrijke plek hebben. P21 wil investeren in voorzieningen die mensen samenbrengen, zoals sportclubs in alle drie de dorpen. Ook initiatieven die het sportaanbod vergroten krijgen onze steun.
Iedereen moet kunnen meedoen, ongeacht leeftijd, inkomen, beperking of achtergrond. Via fondsen zorgen we ervoor dat sport toegankelijk blijft voor kinderen uit gezinnen met een kleine beurs. Ook investeren we in buurtsportcoaches, die verenigingen ondersteunen met informatieavonden, workshops, het versterken van het clubgevoel en het werven van vrijwilligers.
Goede sportaccommodaties zijn essentieel voor een sterk verenigingsleven. Op basis van het onderhoudsplan dat rond de zomer gereed is willen we afspraken maken over groot onderhoud en vooral over verduurzaming van sportaccommodaties en sportvelden. Voor verduurzaming zijn verschillende subsidies beschikbaar. Daarom stimuleren we de aanstelling van een persoon die voor verenigingen subsidies kan aanvragen. Zo zorgen we dat sportvoorzieningen toekomstbestendig blijven.
![]()
Als CDA geloven wij in de kracht van samen bewegen. Sport is een belangrijk bindmiddel voor de samenleving. Het zorgt voor laagdrempelige ontmoeting, leert je omgaan met tegenslagen en bewegen is essentieel voor onze gezondheid. Daarom blijven wij initiatieven en activiteiten die mensen bij elkaar brengen - zeker bij onze sportverenigingen - enthousiast steunen.
Het CDA wil dat in alle drie de kernen van de gemeente goede, toekomstbestendige sportvoorzieningen aanwezig zijn én blijven. Sport moet dichtbij, goed georganiseerd en klaar voor de toekomst zijn.
We stimuleren samenwerking tussen verenigingen en maatschappelijke organisaties. Door voorzieningen samen te gebruiken en activiteiten te bundelen, blijven sport en ontmoeting laagdrempelig, dichtbij en betaalbaar.
Voor aanpassing en onderhoud van sportaccommodaties wil CDA de samenwerking tussen gemeente, Sporthuis Bunnik en sportverenigingen voortzetten.
En iedereen moet veilig naar de sportclub kunnen, op elk moment van de dag, alleen of samen. Daarom wil CDA concreet inventariseren waar en wanneer inwoners zich onveilig voelen in de gemeente. De uitkomsten zijn om beleid aan te passen of waar nodig maatregelen te nemen.
![]()
Sport verbindt mensen en vormt, net als cultuur, het sociale hart van onze dorpen. Op het sportveld, langs de lijn en in de kantine ontmoeten inwoners elkaar, ontstaan vriendschappen en leren kinderen samenwerken. Daarom vindt de VVD dat iedereen in Bunnik de ruimte moet hebben om actief en gezond te leven.
De beste plannen voor de toekomst ontstaan wanneer verenigingen zelf samen optrekken en hun kennis en ervaringen bundelen. Juist in die gezamenlijke aanpak ligt nog veel potentieel. De VVD wil zeker investeren in sport, maar wel op basis van een goed gezamenlijk plan.
De VVD wil werken aan toekomstbestendige sportaccommodaties: duurzaam, energiezuinig en efficiënt in gebruik. Wanneer accommodaties door meerdere verenigingen worden gedeeld, ontstaan nieuwe kansen. Dat verlaagt kosten, stimuleert samenwerking en geeft nieuw elan aan het verenigingsleven.
Ons voorstel is helder: laat de sportverenigingen, gecoördineerd door het Sporthuis, samen een meerjarenplan maken voor de sportaccommodaties in onze dorpen. Met oog voor groei en behoeften. Dat plan vormt de basis voor het gemeentelijk sportbeleid. De gemeenteraad faciliteert dit met een gezamenlijke sportkadernota. Zo blijven onze dorpen vitaal.
![]()
Sportverenigingen bieden niet alleen bewegen, maar veel meer dan dat. Het is de plek waar je mensen uit alle lagen van de bevolking ontmoet, de plek waar je jezelf ontwikkelt. Maar sport is voor veel kinderen en jongeren ook een uitlaatklep, en een plek met rolmodellen. Ook bij verduurzamen en het verminderen van energieverbruik kan de gemeente helpen, bijvoorbeeld door garant te staan voor leningen.
D66 ziet ook dat sommige sportaccommodaties verouderd zijn. Bovendien levert de groei van onze dorpen nieuwe vraagstukken op voor sportverenigingen. Daarom hebben we geregeld dat in de begroting geld is gereserveerd om onderzoek te doen naar de toekomst van onze sportaccommodaties, en de spreiding van de accommodaties. Dat onderzoek loopt nu. D66 vindt het mooi dat ook sportverenigingen de meerwaarde zien van een goede samenwerking met de gemeente en het sporthuis. Wat ons betreft gaan we die samenwerking verder versterken.
Tegelijkertijd vinden we dat we als Bunnikse politiek ook eerlijk moeten zijn. De realiteit is dat de komende jaren geen grote investeringen mogelijk zijn vanwege de financiële situatie van gemeenten. Dat vraagt om slimme oplossingen en meer samenwerken. Wat D66 betreft bezuinigen we in ieder geval niet op sport, want sport is té belangrijk.
















