
Programma’s vier partijen vergeleken: waar leggen de partijen in hun verkiezingsprogramma’s de nadruk op?
6 maart 2026 om 11:00 Politiek Gemeenteraadsverkiezingen Bunnik 2026BUNNIK Woensdag 18 maart zijn er de gemeenteraadsverkiezingen. In Bunnik doen vier partijen mee, op volgorde van lijstnummer: P21, CDA, VVD en D66. Waar leggen hun programma’s de nadruk op en waarin verschillen ze? Een overzicht op een aantal thema’s als woningbouw, de ontwikkeling van de dorpscentra, mobiliteit, jeugdzorg en milieu.
door Frits Beijnink
Woningbouw is het belangrijkste thema in de Bunnikse politiek. De gemeenteraad, met uitzondering van het CDA, ging twee jaar geleden akkoord met een woonvisie voor 4300 nieuwe woningen in 2040. Er liggen intussen concrete bestemmingsplannen voor 1430 woningen in de Kersenweide en Entree Zuid in Odijk en een globaal plan voor 1240 woningen in het stationsgebied van Bunnik. Met wat kleinere plannen in de dorpen telt dat op tot zo’n 2800 geplande woningen.
2100 OF 5000 WONINGEN?
Maar het CDA vreest het verdwijnen van het ‘dorpse, groene en sociale karakter’ van de dorpen, trapt daarom stevig op de rem en vindt de bouw van in totaal 2100 in plaats van 4300 woningen voldoende. Aan de andere kant staat D66 dat van 4300 naar 5000 woningen wil gaan, onder meer door bij de Kersenweide een duizendtal extra woningen neer te zetten. P21 wil zich voorlopig concentreren op de bestaande plannen en de VVD noemt geen getallen. Beide partijen zien echter niet af van de visie voor 4300 woningen.
DORPSE BOUW MET VOORRANG VOOR EIGEN INWONERS
De VVD hamert er samen met het CDA op dat er zo weinig mogelijk hoogbouw komt en dan in ieder geval niet hoger dan vijf woonlagen (dat getal noemt het CDA, de VVD houdt het op ‘dorpse bouw’). En de VVD wil vooral bouwen voor eigen inwoners of mensen met een maatschappelijke binding aan de gemeente en wil geen automatische urgentieverklaring voor statushouders (de gemeente moet er jaarlijks zo’n 25 huisvesten).
WINKELS IN DORPSHART ODIJK
Met de bouw van de Kersenweide, zonder eigen winkelcentrum, moet er iets gebeuren met het winkelgebied aan De Meent in Odijk. Eind 2021 stelde de raad de ‘Toekomstvisie dorpshart Odijk’ vast. Een jaar later waren er gesprekken met Odijkse ondernemers over een (nooit vastgestelde) ‘detailhandelsvisie’, waarin sprake is van zo’n extra 2.200 m2 aan winkelruimte. De huidige coalitie heeft hier verder niets mee gedaan.
Ontwikkeling van winkels aan De Meent wordt in alle programma’s benoemd (niet expliciet door het CDA). Voor de VVD ‘krijgt de ontwikkeling van het Dorpshart Odijk voorrang’, D66 wil een ‘degelijk plan’ en P21 wil winkels en horeca (zonder daarbij de rol van de gemeente te duiden). Het is nu verder afwachten wat de samenstelling wordt van de nieuwe coalitie en in hoeverre die coalitie een actieve rol wil invullen bij de uitbreiding of ontwikkeling van winkels en mogelijk appartementen aan De Meent.
WERKHOVEN EN BUNNIK
Geen van de partijen vergeet de ‘Vergeten Hoek’, maar de toon verschilt. P21 somt ongeveer de hele agenda van Leefbaar & Veilig Werkhoven op. Het CDA heeft vooral aandacht voor de verkeersveiligheid in de dorpskern en wil de terugkeer van een dorpssuper ‘actief onderzoeken’. Ook P21 en VVD willen de komst van een supermarkt ‘ondersteunen’. D66 klinkt wat afstandelijker en vindt het ‘essentieel dat de gemeente als partner een (financiële) bijdrage levert aan het realiseren van de dorpsagenda van de Werkhovenaren’.
De kern van het dorp Bunnik wordt alleen genoemd door P21 en D66: P21 wil ‘bouwen aan een groen, rustig en gezellig dorpscentrum’ en D66 wil in verband met de geplande nieuwbouw in het stationsgebied een plan maken voor de ontwikkeling van het centrum, met ‘voldoende winkelaanbod’.
MOBILITEIT: DE N229 EN PARKEERRUIMTE
De verkeersdruk op de N229 is bij het groeiend aantal woningen een belangrijk thema. Over omleggen van de N229 naar de Limesbaan, inclusief een oostelijke aansluiting op de A12, is jaren gepraat. Er zijn maar weinigen die nog geloven dat provincie en Rijk hierop gaan bewegen. Desondanks willen CDA en VVD in hun programma de lobby voor omleggen wel volhouden. D66 en P21 hebben daar echt afscheid van genomen en D66 wil voor de langere termijn nu inzetten op verdieping van de N229 in een overdekte tunnelbak ter hoogte van Odijk.
Voldoende parkeerruimte in nieuwe wijken is voor de VVD (en in mindere mate voor het CDA) een belangrijk speerpunt. De VVD hekelt de recente lage parkeernormen, die in een volgebouwd Nederland met de bouw van grote aantallen betaalbare woningen (appartementen) steeds normaler worden.
JEUGDZORG
In het sociale domein is de jeugdzorg een hoofdpijndossier, dat zo’n tien procent van de gemeentelijke begroting opslokt. Alle partijen hebben de ambitie om meer in te zetten op preventie en minder op behandeling. Financieel wordt D66 het meest concreet door ‘ieder jaar vijf procent extra van het budget voor jeugdzorg in te zetten voor preventie en ondersteuning in het gewone leven’. En D66 biedt als enige partij een serieuze onderwijsparagraaf.
NATUUR, MILIEU EN KLIMAAT
Alle partijen willen het landschap en het recreatieve gebruik daarvan versterken. En ze willen het mogelijk maken dat agrariërs andere functies aan hun bedrijf toevoegen of een rol in het landschapsbeheer gaan invullen. Als enige partij wil het CDA de WHO-normen voor luchtkwaliteit en geluidshinder hanteren (de wettelijke normen in Nederland zijn een stuk minder streng). Het motto ‘Bunnik klimaatneutraal in 2040’ wordt niet door de VVD omarmd, die het jaar 2050 (de landelijke ambitie) vroeg genoeg vindt en daarbij als enige partij windturbines categorisch uitsluit. Plaatsing van windturbines wordt door D66 en CDA overigens wel zeer onwaarschijnlijk of ongewenst geacht.
WOONLASTEN
Het zal niet verrassen dat geen van de partijen de gemeentelijke woonlasten wil verhogen. Maar er hangt nog steeds een forse bezuiniging op het Gemeentefonds in de lucht. Als partijen wordt gevraagd waar dan het geld vandaan moet komen, vinden CDA en VVD lastenverhoging voor inwoners in ieder geval uit den boze. Wat alle partijen tot slot gemeen hebben is dat ze bij bezuinigingen in de eerste plaats gemeentelijke sociale regelingen willen ontzien, waaronder tal van subsidies voor sport, cultuur en vrijwilligerswerk.














