
Geen stedenbouw, maar dorpse bouw: VVD wil dorpsidentiteit behouden en zet veiligheid en mobiliteit op één
11 maart 2026 om 11:00 Politiek Gemeenteraadsverkiezingen Bunnik 2026BUNNIK In een serie interviews met de lijsttrekkers van de politieke partijen in Bunnik deze week het laatste interview, met Thies van den Berg van de VVD. Zijn verkiezingsprogramma heeft als titel: ‘Bunnik, Odijk en Werkhoven in balans’ met als ondertitel ‘Wij staan voor onze dorpen’. Dorpse laagbouw met voldoende parkeerplaatsen is een speerpunt voor de partij.
door Frits Beijnink
Ongeveer de eerste zin van het verkiezingsprogramma van de VVD luidt: „Wij willen realistische parkeernormen bij nieuwbouw.” Jullie hebben tegen de plannen voor het stationsgebied en Entree Zuid gestemd, onder meer vanwege de volgens jullie veel te lage parkeernormen. Wat is belangrijker: parkeerplaatsen of woningen? „Woningen is natuurlijk het antwoord. Maar de vraag die veel belangijker is gaat over leefbaarheid. Wij willen leefbare dorpen, wij willen geen stedenbouw, wij willen dorpse bouw.” Het aantal parkeerplaatsen is onderbouwd met onderzoeksrapporten. „Als mensen nu geen auto hebben, wat vaak als argument wordt aangedragen, maar hun situatie verandert of er komt een gezin, dan moet er ook voldoende plek zijn. Bovendien zeggen de rapporten dat het kan míts parkeerregulering wordt toegepast (regulering in omringende wijken om parkeeroverlast daar te voorkomen, met bijvoorbeeld vergunningen voor bestaande bewoners, red.).”
Jullie noemen geen aantallen woningen, staan jullie nog achter de woonvisie: 4300 woningen erbij met 30 procent sociale huur? „Wij vinden dat er per project moet kunnen worden afgeweken als dat nodig is. Dat er maatwerk mogelijk moet zijn om een project net even dat meer te geven waardoor het mooier kan worden.” Dat betekent volgens Van den Berg meer bouwen in het dure en minder in het goedkope segment. Onderschrijven jullie dan de norm van 30 procent sociale huur? „Dat vind ik wel een goeie vraag. Maar we hebben ons gecommitteerd aan de woonvisie, daarmee is het antwoord gegeven, wij moeten ook onze bijdrage leveren. Maar als je te star vasthoudt aan een principe, zoals een percentage, dan gaat dat misschien wel ten koste van iets dat nog veel mooier had kunnen worden.”
Jullie willen geen automatische urgentieverklaring voor statushouders. Hoe willen jullie dan voldoen aan de taakstelling voor huisvesting? „Wij gaan in ieder geval heel veel huizen bouwen de komende tijd, dus dan hoop ik dat dat dan even geen probleem is.” De wachttijd zonder urgentie is 15 jaar, dat probleem kan nog wel even duren. „Uiteindelijk moeten statushouders wel een plek krijgen. Maar we zijn niet voor een automatische voorrang omdat er dan mensen zullen zijn die hier nooit meer kunnen wonen.” Landelijk gaat één op de twaalf vrijkomende sociale huurwoningen naar een statushouder, die ene uit de rij halen lost niks op. „Dat kan zo zijn, maar het gaat ons toch vooral om het automatische karakter van de urgentieverklaring, het moet veel meer een afweging zijn welke situatie op dat moment het meest urgent is.” De VVD denkt daarnaast aan oplossingen als het plaatsen van meerdere statushouders in één woning, om te voldoen aan de wettelijke taakstelling.
De VVD blijft zich inzetten voor het omleggen van de N229. Geloven jullie daar nog in? „De omlegging is lastiger geworden omdat het gebied ook UNESCO werelderfgoed is geworden. Zowel Rijk als provincie hebben wel problemen met de mobiliteitsknelpunten die gaan ontstaan. Het is erg om te constateren dat het eerst erger moet worden voordat het beter gaat worden, maar dat is wel de boodschap.” Over verdiepen van de N229: „Ik denk dat dat ook wel zou kunnen gebeuren en uiteindelijk waarschijnlijk de duurzame oplossing wordt. Maar dat kan misschien nog wel veertig jaar duren.”
Jullie hebben een stevige paragraaf over veiligheid, met teksten als ‘hard aanpakken van overlast‘ en ‘harde handhaving’. Is het zo erg gesteld? „Er is best wel overlast, bijvoorbeeld bij het parkeerterrein bij de hockeyclub. En waar ik woon zie ik ook van alles gebeuren. Bunnik maakt nauwelijks gebruik van de BOA’s uit de veiligheidsregio. Laten we die meer inzetten, en bijvoorbeeld ook meer cameratoezicht plaatsen.”
Uit jullie programma: ‘De gemeente richt zich op haar kerntaken’. Wat suggereren jullie hier? „Dat we misschien te veel dingen willen doen. Wij vinden bijvoorbeeld dat we als gemeente geen onderzoek naar windmolens moeten doen, want dat is niet aan de orde. Wij willen vooral in de economie investeren. Wij delen niet de duurzaamheidsambitie van dit college (Bunnik klimaatneutraal in 2040, red.), richt je gewoon op de landelijke koers van 2050, dat is ambitieus genoeg.
Jullie sluiten windmolens als enige partij categorisch uit. Een klimaatneutraal Bunnik is dan ook in 2050 niet haalbaar. „Dat weet ik niet, je moet het breder bekijken dan alleen op gemeentelijk niveau, je moet het probleem niet willen oplossen in Bunnik.”
Wat gaat de VVD doen aan de ontwikkeling van het dorpshart van Odijk? „Daar moeten winkels komen, dat kan in combinatie met woningbouw. Daar is deze raadsperiode niets aan gedaan. Ik spreek ondernemers, die zeggen: „We worden daar onvoldoende in gehoord en we moeten het maar zelf oplossen”. Vanuit het college wordt de bal bij de ondernemers gelegd. We hebben elkaar nodig en mogen als gemeente daar best wel het voortouw in nemen. We moeten gewoon aan de slag en dat geldt ook voor Werkhoven en de agenda die ze daar hebben.”
Jullie willen een maximum op subsidies, met een maximaal rendement van elke euro. „Het loont zeker om te investeren als je weet dat het wat oplevert. Bijvoorbeeld, er komt in Bunnik cultuurbeleid en we weten uit onderzoek dat cultuuraanbod problemen kan voorkomen en juist mooie dingen kan opleveren voor de samenleving. Maar het betekent niet dat je, omdat het nou eenmaal kan, een subsidie aanvraagt en die dan ook verstrekt, we moeten steeds kijken wat het de gemeenschap oplevert.”
Als er bezuinigd moet worden, waarop wil de VVD dan in ieder geval níet bezuinigen? „Wij willen in ieder geval niet dat de rekening bij inwoners komt te liggen. Als er bezuinigd moet worden, tja, dat weet ik niet echt. We kunnen in ieder geval niet bezuinigen op onze sociale regelingen. Maar het mag ook niet ten koste gaan van de leefbaarheid in onze dorpen.”
Dit is het laatste artikel in een serie van vier. Eerder verschenen interviews met lijsttrekkers Rik Aertsen van het CDA, Onno James van D66 en Koen van Gulik van P21.














