
Verkiezingsdebat laat zien dat er op 18 maart echt wat te kiezen valt in Bunnik
8 maart 2026 om 11:45 Politiek Gemeenteraadsverkiezingen Bunnik 2026BUNNIK Het verkiezingsdebat op 3 maart tussen de lijsttrekkers van P21, CDA, VVD en D66 blijkt een scherp en inhoudelijk debat dat de verschillen tussen de partijen duidelijk blootlegt. Een overzicht van de belangrijkste punten van discussie tijdens het debat, inclusief een aantal staaltjes van onversneden verkiezingsretoriek.
door Frits Beijnink
De wijkverenigingen van Bunnik hebben dit debat georganiseerd, met goed voorbereide vragen voor alle lijsttrekkers. Die aarzelen deze avond niet om zich scherp te profileren en hun collega’s stevig aan te vallen, onder het oog van meer dan honderd aanwezigen in De Brug in Bunnik. Een echt debat dus, waarbij ook beide coalitiepartijen P21 en D66 elkaar herhaaldelijk punten afsnoepen.
TORENFLATS VAN NEGEN HOOG?
Na de aftrap door Stan Gielen van wijkvereniging BinnenBunnik begint debatleider Piet Koning van wijkvereniging Kromme Rijn de avond met het thema wonen, waar de gemeente nu koerst op 4300 nieuwe woningen in 2040. Nadat Onno James (D66) alle bekende argumenten voor het hoge aantal woningen heeft opgesomd, gaat Thies van den Berg (VVD) als eerste in de aanval: „De heer James moet wel het eerlijke verhaal vertellen, met zijn doelstellingen krijgen we in Bunnik ook torenflats van negen hoog!” Nuance: alleen in het masterplan voor het stationsgebied is er een mogelijkheid (onder voorwaarden) voor twee gebouwen van acht of negen hoog, direct bij het station.
CDA METEEN BOOS
Rik Aertsen (CDA) blijkt behoorlijk nijdig over uitlatingen van Van den Berg in de media „dat het CDA zou hebben ingestemd met de bouw van woonflats van negen verdiepingen”. Aertsen: „Door het CDA is er een compromis bereikt met de coalitie waardoor zo’n besluit juist voorlopig uitgesteld is. Als wij net als de VVD hadden tegengestemd was het gewoon doorgegaan.” Van den Berg: „U heeft ingestemd met ‘tot negen hoog is toegestaan’, u heeft wél beslist, want als u niet de hoogte ingaat, hoe gaat u het dan betalen?” En zo harrewarren beide heren nog even door, ook over het aantal woningen in het stationsgebied. Daar maakt het CDA een terugtrekkende beweging (tot 2040 geen 1240 woningen maar circa de helft). Van den Berg: „U heeft ingestemd met een ander plan, met veel meer woningen, jullie zeggen niet wat jullie doen.” Aertsen verdedigt de beweging van het CDA met het feit dat voor veel bedrijven en voor de vluchtelingenopvang aan de Regulierenring verhuizen voor 2040 niet aan de orde is. Voor James is het verschil tussen de ambitie van zijn partij D66 (5000 woningen in totaal) en die van het CDA (2100 woningen) aanleiding voor een, volgens de debatleider, mooi staaltje verkiezingsretoriek: „Het motto van het CDA (‘Samen bouwen’) kan beter ‘Samen stoppen met bouwen’ heten.”
BETAALBAAR BOUWEN
Over de gedeelde ambitie van partijen om betaalbaar te bouwen (30 procent sociale huur plus 50 procent middenhuur en betaalbare koop) vraagt de debatleider: „Wat als dat financieel niet lukt?” Van den Berg (VVD): „Wat ons betreft staat niet op voorhand al de verdeling vast, daarom staat het ook niet in ons programma, maatwerk moet mogelijk zijn.” Waarmee hij meer bouw in het duurdere segment bedoelt en Koen van Gulik (P21) de zaal toelicht dat het ‘woonbeleid’, zoals het eerst heette, daarom op verzoek van de VVD veranderd is in ‘woonvisie’: „Dan konden ze daar de hand mee lichten.” James (D66): „Deze verdeling blijkt in praktijk best te kunnen, als je niet aan deze verdeling vasthoudt, dan heb je veel minder aan die woningen, we hebben al veel dure, grote woningen in de gemeente, minder woningen op dezelfde dure grond betekent gewoon meer villa’s en minder sociale huur.” Aertsen (CDA) reageert door Entree Zuid te noemen als een geslaagd voorbeeld van een plan volgens de woonvisie, wat Van den Berg weer ontlokt dat het CDA ook hier zijn grens van ‘vijf hoog’ verloochend zou hebben.
DE AUTO, WAT DOEN WE DAARMEE?
In de nieuwe wijken van Bunnik worden veel minder parkeerplaatsen per huishouden (de ‘parkeernorm’) aangelegd en daar is veel over te doen, vooral bij de VVD, die volgens James (D66) „een soort obsessie voor parkeerplaatsen heeft”. Hij vindt samen met Van Gulik (P21) dat er zat parkeerplaatsen zijn en er veel niet gebruikt worden. Van den Berg (VVD) heeft in zijn dorp heel andere ervaringen en verwijt de andere partijen in nieuwe wijken „geen mensen met auto’s te willen”. En hij wijst op het risico van parkeeroverlast in aangrenzende wijken. Aertsen (CDA) wil ook realistische parkeernormen, maar onderschrijft toch de nieuwe krappe normen: „Parkeerruimte is heel erg duur en staat in de weg dat we betaalbare woningen voor onze jongeren realiseren.” Over mogelijke parkeeroverlast in omringende wijken zegt Aertsen: „Dat kan opgelost worden met een stelsel van parkeervergunningen voor bestaande inwoners, voor 40 euro per jaar.” Van den Berg waarschuwt nog: „Als het probleem er eenmaal is, dan kunnen we er niks meer aan doen.”
KLIMAAT EN MILIEU
Net als veel andere gemeenten streeft Bunnik naar klimaatneutraliteit in 2040. Daarvoor is, naast extra zonnevelden, de plaatsing van windturbines noodzakelijk. Van den Berg (VVD): „Wij willen geen windmolens in onze gemeente, we denken dat dat op andere plekken in Nederland beter kan.” Aertsen (CDA) is „geen voorstander” van windturbines en James (D66) vermijdt hier uitspraken over. Van Gulik (P21) grijpt de geopolitieke actualiteit aan: „Het is een teken van weerbaarheid dat we zorgen voor onze eígen energievoorziening. We zijn helemaal niet voor windmolens, maar als er geen redelijk alternatief is, dan moet je daar toch naar kijken.” Nadat maatregelen tegen netcongestie en de inzet van batterijen en zelfs kerncentrales de revue passeren, zegt Aertsen: „Laten we eerst beginnen evenveel energie te gebruiken als we opwekken. Dus eerst veel meer energie besparen en aan de andere kant meer zonne-energie.” Waar James zich bij aansluit.
JEUGDZORG
Ook in Bunnik heeft één op de zeven jongeren jeugdzorg. James (D66) geeft aan dat vier op de vijf jeugdzorgtrajecten niet succesvol zijn en wil daarom de aandacht van jeugdzorg verschuiven naar preventie, door te investeren in sportclubs, vrijwilligersorganisaties en jongerencoaches. Dat inzicht blijken andere partijen wel met hem te willen delen, waarna de avond wordt afgesloten met vragen uit de zaal.














