
Eefje Vastenburg (91) uit Odijk maakte de razzia van Putten in 1944 mee en groeide op in een zwaar gehavend dorp
29 april 2025 om 11:55 HistorieODIJK Eefje Vastenburg (91) woont al jaren in Odijk, maar komt oorspronkelijk uit Putten. Als 10-jarig kind maakte zij de razzia mee tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarbij meer dan 600 mannen uit het dorp op transport werden gezet als vergeldingsactie. Die gebeurtenis en de jaren erna, waarin zij opgroeide in een ‘zwaar gehavend dorp’, hebben invloed gehad op haar hele verdere leven.
door Agnes Krijnen
Eefje Vastenburg werd geboren in Putten, op de hoek van de Kerkstraat en de Bakkerstraat. Haar vader was kleermaker en het gezin woonde achter de zaak. Eefje was de tweede van vier kinderen, haar jongste broer leeft nog en woont nog in Putten. ,,Ik ben kort geleden teruggeweest in het huis waar ik opgroeide. Er zit nu een café, maar het achterste deel gaat gesloopt worden. Ik mocht even binnen kijken en heb een foto van het huis gekregen. Dat vind ik heel bijzonder.”
VADER OVERLEDEN
Nog voor de oorlog in 1942, overleed haar vader op 39-jarige leeftijd plotseling aan een hersenbloeding. ,,Ik herinner me dat mijn moeder zeven maanden zwanger was van haar vierde kind toen dat gebeurde. Zij bleef alleen achter en was een nerveuze vrouw. We hebben altijd delen van het huis verhuurd om financieel rond te kunnen komen. Ik heb geen leuke jeugd gehad.”
De mannen moesten blijven. Niemand wist waarom. We hebben ze nooit meer gezien.
Het begin van de oorlog ging redelijk langs Vastenburg heen. ,,Het leven ging toen gewoon door voor ons als kinderen.” Maar in 1944 gebeurde er een groot drama, waar Putten nog altijd onder lijdt. In de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 beschoten leden van het verzet tussen Putten en Nijkerk vanuit een hinderlaag een auto met daarin officieren van de Wehrmacht. Eén officier overleed, net als twee verzetsmensen.
RAZZIA
Om deze moord te vergelden, besloot de Wehrmacht op 2 oktober 659 mannen vanuit Putten af te voeren. Een deel van hen bestond uit evacués, maar het overgrote deel was afkomstig uit Putten. Het grootste deel van deze groep belandde in concentratiekampen. Slechts 48 mannen keerden na de oorlog terug. De meerderheid van de slachtoffers stierf door ondervoeding, dwangarbeid of ziekte.
Vastenburg was 10 toen dit gebeurde. ,,Ik herinner me nog dat alle mannen, vrouwen en kinderen uit Putten naar de hervormde kerk moesten komen. Er zou iets belangrijks verteld worden. Eenmaal aangekomen, werden alle vrouwen en kinderen weer naar huis gestuurd. De mannen moesten blijven. Niemand wist waarom. Zij werden de volgende dag afgevoerd. We hebben ze nooit meer gezien. Van al die mannen kende ik er heel veel.”
GEHAVEND DORP
Vastenburg, haar drie broers en moeder hoefden niet naar de kerk. ,,Achteraf denk ik omdat mijn vader toch al niet meer leefde. De broer van mijn vader is wel afgevoerd. Ook heel veel jonge mannen.” Veel dorpsgenoten verloren deze nacht hun vaders, zonen, broers en neven. ,,Naast ons zat de bakker. Zijn zoons zouden de zaak overnemen, maar beiden verdwenen en kwamen nooit meer terug.” In alle facetten van het dagelijks leven viel een enorm gat. ,,Toen we weer naar school gingen, hadden we geen hoofdonderwijzer meer. Die was ook afgevoerd.”
Putten zou nooit meer hetzelfde zijn. ,,Het was een gehavend dorp. Sinds de razzia kwamen wekelijks berichten binnen van mannen die overleden waren in de kampen. In de kerk werden hun namen genoemd. Het was iedere keer weer een heel groot drama, dat was heel pijnlijk. Daar zaten heel veel mensen bij die ik kende.”
VROUWTJE VAN PUTTEN
Ter herdenking staat er op het plein voor de kerk een beeld van een vrouw met een zakdoek. Ze kijkt naar de Oude Kerk, de plek vanwaar de ‘mannen van Putten’ werden weggevoerd. Ieder jaar op 2 oktober wordt de razzia van Putten bij dit indringende beeld herdacht.
Ik herinner me nog dat er een tank naast ons huis stond. Mijn moeder was ten einde raad.
Eefje Vastenburg herinnert zich ook de brand van Putten. Ze kan zich niet herinneren wanneer dit was, maar aannemelijk is dat het gaat om de brand die samenviel met de razzia. Behalve het afvoeren van honderden mannen, stak de Wehrmacht ook zo’n 100 huizen in brand. Vastenburg: ,,Ik herinner me nog dat er een tank naast ons huis stond. Mijn moeder was ten einde raad. Mijn vader waren we al kwijt en als we geen huis meer hadden, hadden we ook geen inkomsten.”
WIT LAKEN
Vastenburg had het idee dat de Duitser die bij de tank stond medelijden had met haar moeder. ,,Hij vertelde mijn moeder dat ze een wit laken uit het raam moest hangen. Dan zou haar huis gespaard blijven. Dat deed ze en ons huis bleef overeind. Om deze reden heb ik nooit een hekel gehad aan de Duitsers.”
Het gezin vluchtte het dorp uit en zag vanuit een vakantiehuisje iets verderop de rookpluimen boven het dorp uit komen. ,,We waren daar met mijn moeder en haar zus met haar gezin. We zagen Putten branden en waren heel bang dat ons huis er niet meer zou zijn. Dat viel dus mee. In de Kerkstraat was niks verbrand.”
DODE PAARDEN
Ook de bevrijding herinnert Vastenburg zich nog goed. ,,We zaten met veel mensen in de kelder onder ons huis. De buren waren er ook, de bakker. We hoorden op een gegeven moment dat het over was. Ik weet niet meer van wie of hoe. Van mijn moeder mochten we niet naar boven, ze was bang voor wat we zouden zien. Ik deed het wel. Ik liep over straat en liep tussen de dode soldaten en dode paarden. Ze lagen overal. Duitsers liepen met hun handen omhoog, om zich over te geven.”
Ik ben heel bang voor de oorlog die komt. Ik hoop dat niet nogmaals mee te maken.
De jaren na de oorlog waren niet leuk. Het gat in de Puttense samenleving bleef decennialang een stempel drukken. Op haar 25e trouwde Eefje Vastenburg . ,,Ik werkte in Nijkerk en ging iedere dag op en neer met de bus. Een man fietste daar iedere dag langs en hij maakt af en toe een praatje met mij. Op een dag zijn we naar de film gegaan. We zijn bijna 60 jaar getrouwd geweest.”
MOOI LEVEN
Op dat deel van haar leven kijkt Vastenburg met plezier terug. Met haar echtgenoot Herman Vastenburg, hij overleed 7 jaar geleden, woonde ze in Friesland, Putten, Huizen en Odijk. Hij werkte als bouwkundige bij gemeenten, hij werkte jarenlang bij de gemeente Bunnik. Ze kregen twee kinderen. ,,We hebben er samen een mooi leven van gemaakt.”
Vastenburg maakt zich niet snel druk over kleine dingen. ,,Ik heb als kind gezien hoe ellende eruit ziet. Ik heb daardoor een hekel aan klagen. Ik heb geen leuke jeugd gehad, maar mijn leven is goed geweest, vanaf mijn trouwen.” De verhalen over een op handen zijnde oorlog jagen haar wel angst aan. ,,Ik ben heel bang voor de oorlog die komt. Ik hoop dat niet nogmaals mee te maken.”













