Vincent Bijlo.
Vincent Bijlo. Rob Huibers

Bijlo’s BunniksBlik: Fluisterpont

11 april 2024 om 11:00 Column

Er wordt gefluisterd dat hij stil is, de nieuwe fluisterpont. Zo stil dat je, plop, een vis uit het water hoort opspringen.

Luister, daar zit een libel te bellen, hoor je dat? Een vlinder vlindert, een vlieg vliegt, een vliegtuig vliegt, zelfs dat klinkt vredig in de warme lentezon. In de verte doorklieft een traumaheli met zijn wieken de lichte lucht. De stoptrein huppelt vrolijk voorbij, hij is op tijd. Het riet staat zacht ruisend naar ons te zwaaien. De kraai krast, de vink slaat en de koolmees roept: “kom toch hier, kom toch hier, kom toch hier, kom toch hier, kom toch hier!” Ze komt niet, nog niet. Hij zal haar krijgen, geen twijfel mogelijk, hij fluit tot zijn eigen oren er van tuiten.

Hoor, de ijzeren leeuwen komen weer tevoorschijn, met hun gehelmde berijders. Ze zwermen ingehouden brullend uit in kuddes over dijken, ze walmen dwars over de bloesems heen.

En daar heb je de oldtimers, de benzinekoetsen van vroeger was alles beter. Ze komen afgestoft uit winterslaapgarages, knipperen met hun koplampen tegen het felle licht. Een eend lacht ze smalend snaterend uit, een zwaan blaast, maar denkt dan: Nou ja, het zal wel. Even foetert de fuut, maar ook hij denkt, laat ze.

En de pont fluistert onze namen. Hij draagt ons over het water zoals wij ons leven dragen over tijd. Het speenkruid is gespeend van sentimenten, maar wij niet, het is weer lente. We zijn er nog en weer en zelfs de wielrenner, volgepompt met testosteron, wekt onze woede niet. Als je je niet ergert is er ook geen ergernis en komt vanzelf de glimlach. Voel je de kleur op je wangen, de zon in je gezicht? De lente maakt de tenen korter, de lontjes langer, de lente zelf is één lang en mooi gedicht. Mooi weer, onweer, wind en regen, wij kunnen er wel tegen.

Vincent Bijlo

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie