Koopappartementen in Bunnik: het Rhijnhaeghe complex.
Koopappartementen in Bunnik: het Rhijnhaeghe complex. Frits Beijnink

Bunnik voert opkoopbescherming in tot 487.000 euro

Politiek

ODIJK In de raadsvergadering van 16 juni is besloten om de zogeheten opkoopbescherming per 1 juli in te voeren voor woningen met een WOZ-waarde tot 487.000 euro. Beleggers mogen onder die grens geen woningen kopen om die vervolgens te verhuren.

door Frits Beijnink

Ook in de gemeente Bunnik zijn beleggers actief die panden opkopen om die daarna, vaak ‘verkamerd’, voor forse huren in de markt te zetten. In 2020 bleek zelfs 22 procent van de verkochte woningen in de gemeente in handen van beleggers te zijn gekomen. Nadat de overheid de overdrachtsbelasting voor beleggers in 2021 verhoogde nam dit percentage overigens sterk af. Het doel van de opkoopbescherming is dat er meer betaalbare koopwoningen beschikbaar blijven voor middeninkomens en starters op de woningmarkt. Op de regeling zijn uitzonderingen mogelijk, zoals verhuur aan familie of verhuur bij tijdelijk verblijf in het buitenland.

HOGERE WOZ-GRENS Koen van Gulik (P21) vroeg of de WOZ-grens niet nog hoger gelegd kon worden. Hij refereerde daarbij aan een huis in de Oranjebuurt dat voor 7 ton opgekocht zou zijn door een belegger die dat nu verkamerd gaat verhuren. Wethouder Ali Dekker (D66) herinnerde de raad er echter aan dat de regeling wettelijk alleen ingezet mag worden voor goedkope en middeldure woningen, in praktijk 60 procent van het woningbestand. D66 diende samen met P21 een voorstel in om de door het college voorgestelde WOZ-grens van 440.000 euro te verhogen naar 487.000 euro. De wethouder ging daarin mee, omdat de gemeente Utrecht per 1 juli dezelfde WOZ-waarde hanteert bij de opkoopbescherming. Een mogelijk ‘waterbedeffect’, het uitwijken van beleggers naar buurtgemeenten van Utrecht, moet daarmee worden voorkomen. De regeling geldt maximaal voor vijf jaar, waarbij de WOZ-grens jaarlijks geïndexeerd wordt. 

CDA AKKOORD, VVD STEMT TEGEN Het CDA kon akkoord gaan met het voorstel van D66 en P21. Dat gold niet voor de VVD: Thies van den Berg sprak van een ‘draconische maatregel’, die volgens hem niet zal zorgen voor meer beschikbare woningen. Omdat handhaving van de maatregel de gemeente mogelijk geld gaat kosten en volgens van den Berg kan leiden tot rechtszaken, vond hij dat het voorstel een ‘blanco cheque’ inhoudt, die de gemeente en daarmee de inwoners op kosten kan jagen.

advertentie