
Samen bouwen maar niet te veel: CDA gaat voor het behoud van een dorps, sociaal en groen karakter
18 februari 2026 om 14:30 Politiek Gemeenteraadsverkiezingen Bunnik 2026ODIJK In een serie interviews met de lijsttrekkers van de politieke partijen in Bunnik trappen we af met Rik Aertsen van het CDA. Zijn verkiezingsprogramma heeft als titel: ‘Samen bouwen aan Bunnik, Odijk en Werkhoven’. Bouwen is dan wel met behoud van het „groene en dorpse karakter”, met veel aandacht voor „maatschappelijke verbinding”.
door Frits Beijnink
Waarom kiest u voor de foto bij dit artikel? Aertsen: „Als illustratie van de prachtige groene omgeving waarin we wonen, om de hoek bij de stad Utrecht, maar wel in een dorpse schaal waar de mensen elkaar nog kennen. En dat willen wij graag zo houden.” Waar in de nu vastgestelde woonvisie sprake is van ruim vierduizend woningen erbij in 2040, trapt het CDA namelijk flink op de rem door de groei te beperken tot de helft, ruim tweeduizend woningen, met zo weinig mogelijk hoogbouw, tot maximaal vijf woonlagen.
Wat is belangrijker: het dorpse karakter of het oplossen van de woningnood? „Dat is voor ons even belangrijk, maar wij denken met 2100 woningen in de komende 14 jaar, al een stevig aantal bovenop de huidige 6900 woningen, de eigen woningbehoefte en een deel van de woningnood in de regio op te lossen. Wij willen het één niet zonder het ander.” Omdat er al definitief besloten is tot de bouw van ruim 1400 woningen (in de Kersenweide en Entree Zuid) resteert er voor het CDA een bouwambitie van een krappe 700 woningen. Het groen in en rond de dorpen moet daarbij meegroeien: „Voor elke nieuwe inwoner erbij, ook een boom erbij.”
Uit jullie programma: „De nieuwe wijk Kersenweide moet één geheel worden met het bestaande Odijk.” Hoe? Aertsen grijpt de vraag aan om te benadrukken dat het CDA niet tegen de bouw van de Kersenweide is maar tegen het bestemmingsplan heeft gestemd „omdat de onderdoorgang bij De Vork een deel van die besluitvorming was”. Terwijl die onderdoorgang nou juist dat één geheel moest benadrukken. „Ja, maar wij vonden dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar alternatieven met minder hinder voor de omwonenden. Ik vind dit een heel kritisch punt en ben ook kritisch hierin naar het CDA. We hebben eind 2021 in de Gebiedsvisie de onderdoorgang vastgelegd, achteraf gezien zijn omwonenden veel te weinig of niet betrokken geweest bij de discussie daarover. Dat is heel schadelijk geweest voor de kwaliteit van de besluitvorming. Toen wij als CDA naar alternatieven wilden kijken was het eigenlijk al te laat, de planvorming was al in een te ver stadium.”
Terug naar de vraag, hoe wordt de Kersenweide één geheel met Odijk? „Uiteindelijk is natuurlijk de beste oplossing de omlegging van de provinciale weg, maar dat gaat de komende raadsperiode niet gebeuren. Maar we vinden wel dat het college daarop moet blijven lobbyen en op moet blijven aansturen. En natuurlijk, dat er één dorpshart komt, zoals al onderdeel is van de planvorming.”
Wat vindt u van het verwijt dat het CDA bij de discussie over de onderdoorgang zou hebben gekozen voor het belang van een relatief kleine groep omwonenden tegenover het belang van een hele nieuw wijk? „Dat vind ik onterecht, als je nu op De Vork woont en je krijgt zo’n tunnel voor je deur, dan kun je niet zeggen, ja daar hebben we niks mee te maken want er is een grote woningnood.” Hadden jullie een betere oplossing gezien? „Het was al te laat om nog bij te sturen, er waren al grondaankopen gedaan en afspraken met projectontwikkelaars gemaakt, wij hebben nog een voorstel gedaan voor een haakse toegang (niet door De Vork, maar langs de provinciale weg, red.), misschien niet ideaal voor de fietser, maar het is voor de omwonenden nu zeker ook niet ideaal.”
Jullie hebben bij de discussie over het stationsgebied en Entree Zuid onverwachts ingezet op een compromis met de coalitie. „Daar kijk ik heel positief op terug. We wilden als ‘constructieve oppositie’ bijsturen door compromissen te sluiten, in dit geval over de ‘hoogteaccenten’. Met alleen tegen stemmen bereik je niets voor je kiezer. We hebben in beide plannen de hoogte van de woningen naar beneden kunnen bijstellen, terwijl er wel voldoende betaalbare woningen komen, dat vinden we ook heel belangrijk.”
Het CDA wil een ‘inflatieslot’ op de OZB. „De gemeentelijke lasten in Bunnik behoren tot de hoogste en snelst stijgende van Nederland. Daarom willen we de OZB alleen met de inflatie verhogen.” Dat is toch al de gangbare aanpak? „Jawel, maar ook de andere lasten stijgen.” De heffingen voor afval en riolering moeten nu eenmaal kostendekkend zijn. „Dat klopt, maar we krijgen nog een probleem rond 2028, met een kleinere bijdrage van de rijksoverheid. Dan is er, naast het slot op de OZB, in ieder geval één ding waar we níet op willen bezuinigen, dat zijn initiatieven die zorgen voor maatschappelijke verbinding en ontmoeting van mensen, zoals de Huiskamer van Odijk. Het ‘samen’ in de titel van ons verkiezingsprogramma verwijst daarnaar.”
Jullie willen geen windmolens, maar zonder die moet het aantal zonnevelden in de gemeente meer dan verdubbelen. „Ook wij hebben gestemd voor een klimaatneutraal Bunnik in 2040. We hebben met drie zonnevelden keurig onze bijdrage geleverd. Windmolens vinden wij niet passen in de leefomgeving van Bunnik. We zullen wel wát moeten doen, naast besparen op energie en zoveel mogelijk zon op dak. Dus zullen we mogelijk wel moeten beslissen tot nieuwe zonneweides in de komende periode.”
U wilt weer een dorpssupermarkt in Werkhoven en vindt dat de gemeente daar actief achter aan moet. Wat verwacht u daarvan als marktpartijen er geen brood in zien? „Dat laatste weet ik niet. Maar de gemeente kan wel sturen, bijvoorbeeld als we een ‘straatje erbij’ bouwen in Werkhoven, met appartementen waarbij je op de begane grond ruimte meeneemt voor een dorpssuper.”
U gaat voor een plek in het college, als u het initiatief wilt nemen moet u P21 voorbijstreven. Of denkt u aan een college samen met P21? Dat zou kunnen, dat sluiten we niet uit. Ik zie ook met P21 een hoop overeenkomsten: sociale woningbouw, klimaatneutraal. Maar als andere partijen bij de onderhandelingen aan 5000 woningen (de ambitie uit het D66 programma, red.) vasthouden, dan zullen wij niet in het college gaan. En als er stedelijke hoogbouw bedacht wordt, dan geldt hetzelfde.”














