
Een kijkje bij Het Taalatelier voor leerlingen uit Bunnik en Houten
23 juli 2024 om 11:25 OnderwijsHOUTEN Het Taalatelier is de Houtense basisschool voor kinderen die de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen. Na een glansrijke proeffase van twee jaar, maakt het Taalatelier vanaf heden een vast onderdeel uit van de basisscholen in de gemeenten Houten en Bunnik. Dit werd feestelijk gevierd op 2 juli 2024. Voor Annemieke Reesink, taaldocent en schrijfster, is dit een goede reden om een kijkje te gaan nemen.
Het is juist speelkwartier bij het Taalatelier als ik mijn fiets tegen het hek zet en het schoolplein oploop.
Drie meisjes zitten op het klimrek. Ze houden zich stevig vast, tellen af en laten hun bovenlijf dan achterover vallen. Lachende wisselgebitjes, wapperende haren. Ze trekken zichzelf weer overeind. ‘Nog een keer!’ zegt een meisje met een Arabisch uiterlijk. Het klinkt als nogen kier.
Twee jaar geleden hebben de gemeente Houten en alle plaatselijke schoolbesturen de handen ineengeslagen om kinderen die de Nederlandse taal nog niet machtig zijn een eigen plek te geven. Er was behoefte aan een basisschool voor kinderen van nieuwkomers, een plek waar zij worden onderdompeld in de Nederlandse taal en tevens tijd krijgen om te wennen aan hun nieuwe omgeving. Zo is het Taalatelier ontstaan. Kinderen van groep 3 tot en met groep 8, woonachtig in de gemeenten Houten en Bunnik, zijn hier welkom.
‘We begonnen met twee bevlogen leerkrachten en drie onderwijsassistenten, maar verder hadden we nog niets. Geen meubilair, geen materiaal en geen methodes,’ vertelt Caroline Boumans, directeur van basisschool Avonturijn en het Taalatelier. ‘Alles hebben we van de grond af op moeten bouwen.’
Dat is ondertussen wonderwel gelukt. In de afgelopen twee jaar is er een schat aan kennis en materiaal vergaard. Niet alleen geeft het Taalatelier les aan anderstaligen, ze delen hun expertise ook met de andere basisscholen.
Een anderstalig kind begint zijn leertraject op het Taalatelier. Zijn startsituatie, proces en uitstroomdoelen worden nauwkeurig bijgehouden in een groeidocument. Op het moment dat de uitstroomdoelen bereikt zijn, na één of twee jaar, wordt het kind overgedragen aan een reguliere basisschool. Het Taalatelier blijft dan nog een tijd monitoren en is bereikbaar voor overleg en advies. Het is dan ook niet voor niets dat het Taalatelier vanaf 2 juli niet langer in de proeffase zit, maar een vast onderdeel uitmaakt van de basisscholen in Houten en omtrek.
Een goede reden voor een feest, vindt Caroline Boumans. ‘De samenwerking tussen de gemeente en de schoolbesturen is heel constructief geweest. We zijn er ontzettend trots op dat het Taalatelier zich heeft bewezen als belangrijke aanvulling op het bestaande onderwijsaanbod. We leveren een belangrijke bijdrage aan kansengelijkheid voor alle kinderen.’
Momenteel krijgen 29 leerlingen met 15 nationaliteiten les op deze bijzondere basisschool. Ze zijn onderbracht in twee horizontale klassen, een bovenbouw en een onderbouw. Daarnaast wordt er regelmatig gewerkt in verticale groepjes, waarbij gekeken wordt naar het niveau van taal en onderwijsachtergrond.
‘We zijn hier constant aan het differentiëren,’ vertelt Edwin Post, leerkracht van de bovenbouw. ‘Daarom is het zo fijn dat we kleine klassen hebben. We kunnen hierdoor maatwerk leveren.’
Edwin laat mij een aantal methodes zien op het digibord; woordenschat, begrijpend lezen en rekenen. Wat opvalt is dat er veel met kleuren en plaatjes wordt gewerkt. Bij gebrek aan voldoende gezamenlijke taal wordt er veel visueel gecommuniceerd.
‘Zien is snappen,’ citeert Edwin taalkundige Josée Coenen.
Na de pauze druppelen de negen kinderen van meester Edwin en juf Laura binnen. Ze krijgen een knutselles. Ze gaan sterren versieren voor een juf die binnenkort afscheid neemt.
‘We gaan iets moois maken,’ zegt juf Laura. Ze doet haar wijsvinger voor haar mond. ‘Maar het is een geheim!’
Wat is een geheim? Een jongen steekt zijn vinger op. ‘Iets wat je niet mag doorvertellen.’
‘Precies,’ zegt juf Laura.
De kinderen gaan aan de slag. Ze knippen en plakken en kleuren.
Taal leer je met je al je zintuigen.
‘Mag ik stift?’ vraagt een meisje.
‘Wil je één stift?’ vraagt de juf.
‘Nee, al stifts.’
‘Hier heb je alle stiften,’ zegt Laura.
Naast verschillen in taalniveau wordt zichtbaar welke kinderen goed onderwijs in hun thuisland hebben gehad en welke kinderen dit hebben gemist. Zo blijkt het overtrekken en uitknippen van een ster niet voor elk kind gesneden koek.
‘Hou je van knutselen?’ vraag ik aan een meisje die gouden stickers op haar ster plakt. Ze knikt enthousiast.
‘We werken niet enkel met ons hoofd, maar ook veel met onze handen,’ vertelt Edwin. ‘Veel leerlingen hebben een beperkte spanningsboog. Ze hebben vaak veel aan hun hoofd.’
Ik knik, ik zie het. De muren zijn versierd met knutselwerkjes.
Boven het digibord hangen kleurige letters die het woord respect vormen. Eronder hangt een vlaggenlijn. Het blauw en geel van Oekraïne, de Syrische en Joodse sterren naast elkaar.
Hier is ruimte voor grote dromen. Hier wordt aan een hoopvolle toekomst gebouwd.














