
Explosie van jonge vogels bij Jan de Groot
8 maart 2026 om 11:00 hartenzielZEIST Achter zijn woning in het centrum van Zeist, heeft Jan de Groot een flinke werkruimte. Als je daar binnenstapt, tollen je oren van het vrolijke geluid van bijna honderd kanaries. En dan te bedenken dat ze nu eigenlijk best rustig zijn, want ze zijn volop aan het broeden. Hier is het voorjaar begonnen en de kanariehouder laat graag zien hoe dat eruit ziet, met al die jonge vogels.
Ik zeg ze altijd gedag als ik binnenkom, maar ze zeggen nooit iets terug
Jan de Groot (’volgend jaar word ik 80’) is nog maar een jaar of vier kanariehouder. ,,Dáár ben ik mee begonnen’’, zegt hij, en hij wijst naar de kooitjes met gele kanaries, waarvan sommige ook wat donkerder veren hebben. ,,Dat zijn Norwich postuurkanaries. Maar deze vind ik het mooiste’’, en hij draait zich om naar een wand vol kooitjes met rode en roze diertjes: ,,de kleurkanaries lipochroom intensief en schimmel. Voor normale mensen zijn het allemaal gewoon kanaries, hoor.’’
Aan de meeste kooitjes hangt een bakje, waarin de poppen (de vrouwtjes) nog eieren aan het uitbroeden zijn, of waar al jonkies inzitten. Hij heeft de vogeltjes een beetje voor de gek gehouden. Vanaf november liet hij de lampen wat langer branden zodat ze dachten dat het voorjaar er al aan kwam. De Groot loopt naar een kastje met laatjes, pakt er een uit en laat zien wat er in zit: op een laagje takjes en pluisjes liggen drie eitjes. Hij neemt het voorzichtig mee naar het kooitje met hetzelfde nummer als op het laatje staat. Hij steekt een vinger uit, en de pop verlaat het nestje. ,,Kijk’’, zegt hij, ,,ze heeft weer een eitje gelegd.’’ Voorzichtig haalt hij de drie nepeitjes die er naast liggen uit het nestje. ,,Gek hè, ze zijn kleiner en hebben een opvallende kleur, maar dat maakt de kanarie niks uit. Die gaat er gewoon op zitten.’’ De echte eitjes uit het laatje komen ervoor in de plaats en nu begint de broedperiode pas echt. De Groot noteert keurig de datum, zodat hij weet wanneer de eieren geschouwd moeten worden: zijn ze ook echt bevrucht? Na twee weken komen ze uit, en het is maar te hopen dat de kanarie na haar vierde ei er niet nog een heeft gelegd. ,,Want een vijfde overleeft het eigenlijk nooit, die slaagt er niet in om voldoende eten binnen te krijgen.’’
SPECIAAL VOER
Al voor het eerste ei uitkomt, krijgen de ouders speciaal voer, waar al wat natuurlijke kleurstof aan toegevoegd is. Dat draagt bij aan een mooie kleur van de jonge vogels. De Groot vindt zelf de intensief-rode diertjes het mooist, nog mooier dan de schimmel, die wat wit door het rood heeft. Hoe houdt hij de mannetjes en de poppen eigenlijk uit elkaar? ,,Je kunt het aan de buitenkant niet zien. Maar nu is het makkelijk, want de pop broedt en het mannetje niet. Ze voeren de jonkies wel allebei. Dat is hard werken voor ze, want ze groeien snel en de ouders moeten eten voor vier.’’
In de nestjes zie je nu jongen van allerlei leeftijden. Heel kleintjes, nog zonder veren, die hongerig hun nek uitrekken boven de rand van het nest om de aandacht van pa en ma te trekken, en grotere, die voldaan liggen te suffen. In korte tijd zijn ze al bijna net zo groot geworden als de ouders. De Groot wijst op één van de nesten: ,,daar zitten jonkies van de Norwich kanaries in. Die zijn heel lui, die broeden niet zo goed. Daarom leggen we hun eieren in de nesten van rode poppen. Die doen het wel heel goed.’’
Het geluid van de zingende vogels in de werkplaats zwelt af en aan, maar stil het is het nooit. ,,Ik heb ook Waterslagers, die zingen altijd. De andere zingen nu minder omdat ze aan het broeden zijn.’’
NIEUWE HOBBY
De Groot heeft veel schik in zijn nieuwe hobby, die hij begon toen hij wat minder ging werken. ,Je moet je geld toch opmaken, hè, en stilzitten kan ik niet’’, zegt hij. Maar waarom zoveel? Hij lacht. ,,Mijn naam is Groot en zo doe ik het ook!’’
Zij vrouw was er in het begin niet zo blij mee, toen hij de eerste vogeltjes nog gewoon in huis had. ,,Al dat stof, ze maken een hoop rommel. Maar nu ik ze hier heb, vindt ze het prima. Ik zit hier lekker naar de vogeltjes te kijken en zij belt me voor een kopje koffie of iets lekkers. We zijn al 60 jaar getrouwd, we hebben het goed samen.’’
Herkennen de vogels hem eigenlijk, ‘s ochtends? ,,Ik zeg ze altijd gedag als ik binnenkom, maar ze zeggen nooit iets terug.’’









