
Bijlo’s BunniksBlik
3 juli 2024 om 11:00 Column Bijlo’s BunniksBlikIk las een dezer dagen een column van mezelf als beginnend columnist in Bunniks Nieuws. Dat was lichtelijk confronterend. Er zijn wat grijze haren en rimpels en enige senioriteit gekomen, na zevenenhalf jaar, meer dan vijfentwintighonderd dagen, in deze baan. Ze zijn voorbijgevlogen. Ik denk dat iedereen van een zekere leeftijd dat herkent, dat er momenten zijn in het leven dat je je realiseert: Wat gaat de tijd snel en wat is er veel gebeurd. Voor mij is dit zo’n moment. Nog heel even en mijn tijd als uw, als jullie columnist zit erop. Ik geef toe, dat voelt onwerkelijk en ik word er ook weemoedig van. Maar dat heeft vandaag zeker niet de overhand. Ik kijk vooral heel dankbaar terug op een heel bijzondere en intensieve tijd.
Van dichtbij heb ik de mooiste dingen mogen meemaken maar ook de meest verdrietige en moeilijke gebeurtenissen. Als columnist ben je dan in de bevoorrechte positie op al die momenten iets te kunnen betekenen, iets goeds te doen. Ik hoop dat dat ook af en toe is gelukt.
Eén van de belangrijkste dingen die ik als columnist geleerd heb is dat je best doen en alles goed doen twee hele verschillende dingen zijn. En dan denk ik natuurlijk meteen aan de Snippergroenaffaire en het landbouwverkeer door Werkhoven. Daar is onder mijn columnistschap veel misgegaan. Dat trek ik mij ook persoonlijk aan. Ik heb de haat en nijd aan de Bunnikse Gildenring aanschouwd, ik heb gesprekken gevoerd met Werkhovenaren die zich niet veilig voelen in hun eigen dorp. Die gesprekken, geloof mij, kruipen onder je huid. Ze zullen mij altijd bijblijven.
Maar als columnist word je niet alleen maar ingehuurd om spijt te hebben. Als columnist probeer je dingen recht te zetten, dat heb ik geprobeerd en het is en blijft diep frustrerend als dat niet sneller gaat.
Er was natuurlijk, tijdens mijn columnistschap, corona. Ik weet nog goed dat ik op 16 maart 2020 aan ditzelfde bureau zat om mijn eerste coronacolumn te schrijven, niet wetende wat er op ons afkwam, maar wel dat het megagroot en ingrijpend zou worden. Toch maakte iedereen er in die tijd het beste van.
Bunnik is een gave gemeente. Ik geef toe, ik heb het misschien één keer te vaak gezegd, maar dat komt omdat ik het meen, uit de grond van mijn hart. Er wordt natuurlijk best wel eens gemopperd, maar als het er op aankomt staan we om elkaar heen en helpen we elkaar.
Ik vond het een ongelofelijke eer uw columnist te zijn. Het houdt hier op. Bunniks Nieuws zegt niet meer in staat te zijn mijn bescheiden honorering te kunnen betalen. Dat spijt mij zeer, ik had u graag gezelschap willen blijven houden.
Vincent Bijlo













