
Herintroductie van raaf succesvol: ‘Je kunt ze hier zeker tegenkomen’
9 mei 2024 om 07:45 Natuur en milieu
BILTHOVEN/BUNNIK De herintroductie van de raaf in Nederland is een groot succes. Hans de Vos Burchart is voorzitter van de landelijke Ravenwerkgroep. Regelmatig trekt hij er met andere vrijwilligers op uit om jonge raven te ringen en soms te zenderen. Zo komt er steeds meer informatie over de bijzondere vogel die zich ook in Zeist steeds vaker laat zien.
Als jonge jongen vond Hans de Vos Burchart het leuk om vogels te bestuderen. Het werd zijn grote passie en sinds zijn pensionering is hij er drukker mee dan ooit. De raaf neemt een bijzondere plek in. ,,Ik ben lid van de landelijke roofvogelwerkgroep, we monitoren al vele jaren zo’n 1000 hectare in de omgeving Zeist en Bilthoven op het voorkomen van de verschillende soorten. In 2006 troffen we op landgoed Beerschoten de eerste raaf op een nest aan in ons gebied. Ik was verrast en door er over te lezen, ontdekte ik wat een bijzondere en interessante vogel het is. Binnen de lokale roofvogelwerkgroep is een ravenwerkgroepje gevormd, dat daarna is uitgegroeid tot de landelijke Ravenwerkgroep Nederland.
IMAGO
De raaf heeft een tweeledig imago. De Vos Burchart: ,,Ik vraag mensen altijd waar ze aan denken, bij een raaf. Vaak is dat duister, de dood. In andere culturen, bij de Inuit en Noord-Amerikaanse Indianen, is hij juist de brenger van het leven.” Tot halverwege de vorige eeuw werd de raaf in Nederland actief vervolgd, onder andere vanwege het pikken op jongvee. ,,Een dode raaf leverde 2 gulden op. Zo verdween hij uit Nederland, maar ook uitgrote delen van Duitsland.”
KOOI IN AUSTERLITZ
In de jaren 60 keerde het tij en startte de herintroductie, met name op de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug en Drenthe. Vanuit Duitsland (Sleeswijk-Holstein) haalde men jonge vogels hierheen, die in grote kooien werden gehouden en grootgebracht. ,,Ze ontdekten dat, als de kooi maar groot genoeg is, de raven een broedpartner vonden. In Austerlitz stond indertijd ook een grote kooi. In 1976 werd daar het eerste nest buiten de kooi gevonden. Een keerpunt!”
Sinds 2010 groet de populatie gestaag, met zo’n 5% per jaar. ,,We hebben 1000-1200 dieren, waarvan 150 broedparen en 100 territoriale paren, die nog niet tot broeden zijn overgegaan.” De Ravenwerkgroep zorgt voor het ringen, en deels zenderen, van jonge vogels. ,,We verzamelen informatie over verspreiding, broedsucces, en leren steeds meer over hun leefwijze. Tegenwoordig broeden ze graag op hoogspanningsmasten. Hun nesten zijn dan minder door roofdieren zoals marters te bereiken. Ze zijn zo slim.”
April is ‘ringmaand’. Regelmatig trekt De Vos Burchart er met enkele vrijwilligers op uit. ,,We observeren de nesten, schatten in of en zo ja hoeveel jongen er zijn. Zijn ze op een geschatte leeftijd van 4-5 weken oud, dan ringen we de jongen en nemen verschillende maten (biometrie) op. De klimmer gaat naar boven en stopt de vogels in een tas. Via een
katrol laat hij die zakken, wij staan beneden om te ringen, daarna gaan ze terug in de tas weer omhoog.”
SAMENWERKING
De raaf is een intelligente, sociale vogel. Het is een goede opruimer, hij eet o.a. afval maar ook allerlei kadavers en dierlijke verkeersslachtoffers. ,,Bijzonder is de samenwerking tussen de raaf en de wolf. Aangetoond is dat raven zieke of gewonde dieren opsporen. Met een bepaald geluid en gedrag informeren ze wolven waar dat dier is.” De wolf doodt het dier, eet er zelf van, maar tolereert dat de raven meeëten. Zelf kunnen raven geen dier doden en openmaken, het is een echte win-winsituatie.”
NESTEN
De raaf is een territoriale vogel, wat betekent dat ze hun eigen leefgebied hebben. ,,De afstand tussen nesten is zes tot tien kilometer. De meeste nesten vind je op de Veluwe, daar is de meeste plek en voedsel. Op de Utrechtse Heuvelrug zijn twaalf tot veertien broedlocaties, onder andere bij de Lage Vuursche en op Bornia-Heidestein. Je kunt ze hier dus zeker tegenkomen en hun typische geluid horen.”