Broekhuizen ligt ten oosten van de Langbroekerweg in de buurtschap Darthuizen. De oudste vermelding van de naam Broekhuizen is in 1219. Dan komt de persoonsnaam Broekhuizen voor in een document, namelijk Egidius de Brokhuse en later weer in 1228: de Bruochusen.

In onze omgeving komt de naam 'broek' vaker voor in namen en plaatsnamen. Langbroek, Overlangbroek, Broekhuizen en Oud-Broekhuizen om er een paar te noemen. Deze plaatsen hebben gemeen dat er iets te zeggen valt over hun locatie. Letterlijk betekent 'Broekhuizen' dat er huizen aan een stuk laaggelegen gebied staan dat nat blijft door opwellend grondwater (kwel). Broekland is ook een langs een rivier of beek gelegen laag stuk land dat regelmatig overstroomt en 's winters vaak langere tijd onder water staat.

Naast Broekhuizen bestond ook Oud-Broekhuizen. Oud-Broekhuizen bestaat niet meer, maar lag aan de Darthuizerweg, op bijna een kilometer afstand van Broekhuizen. Het was een versterkte woontoren en wordt genoemd in een document uit 1397. Er zijn afbeeldingen van deze toren bekend, maar in 1772 vermeld Tegenwoordige Staat al, dat: 'niet verre van dit Huis (Broekhuizen), ziet men nog een ouden vierkanten Tooren, met een spitse, by het oude en thans verwoeste Broekhuizen'. De oude vierkante toren bestaat nog wel en is vermoedelijk het op de Zandweg gelegen huis Het Speijk.

VERBOUWEN EN HERBOUWEN Op de plek waar Broekhuizen nu staat was, iets meer westwaarts, vanaf het midden van de 14e eeuw een Huis of Kasteel: ''t huus to Broechusen'. In 1628 kwam het in handen van Willem van Oostrum, schout in Wijk bij Duurstede. Hij liet het gebouw slopen en herbouwen. En wel op zo'n manier dat het kasteel in aanmerking kwam om ridderhofstad te worden in 1629. In 1667 werd ridderhofstad Broekhuizen gekocht door Rudolf van Arckel. Zijn familie zou Broekhuizen bijna 100 jaar in bezit hebben.

Tussen 1725 en 1730 vond er nog een grote verbouwing plaats, Rudolfs zoon François gaf daartoe opdracht. Na het overlijden van Francois in 1732 ging Broekhuizen over naar zijn broer Ferdinand en toen die stierf in 1745 erfde zijn weduwe Susanne E. Helis de Boisreux Broekhuizen. Zij hertrouwde en zo kwam Broekhuizen in handen van een majoor van de Zwitserse troepen Jacques Ph. J.E. Caneau de Beauregard. Dit echtpaar kreeg een dochter Angelique. Na de dood van Susanne, erfde Angelique Broekhuizen van haar moeder. Haar vader Jacques zorgde op 9 november 1792 in haar naam voor de verkoop van Broekhuizen, en bijbehorende percelen, aan Cornelis Jan van Nellesteyn.

Wat kocht Van Nellesteyn eind 1792? In het Archief Broekhuizen, dat in het bezit is van de familie Stratenus, staat: ,,De Heerlijkheid, Riddermatige Hofstede en goederen genaamd Broekhuysen met den Stallinge, Koetshuijs en verdere gebouwen, Tuynen en Vijvers met al het geenen daar op aarden Nagelvast met de Bosschen van opgaande Boomen, Heijsters en Akkermaals-hout, ook Bouwwoningen en Hofsteeden, Keuters-plaatsen en daghuurders woningen met den aankleeven van dien, voor het bedrag van ƒ 118.000.—."

In 1794 gaf Van Nellesteyn architect J. Berkman opdracht om een nieuw en groter huis te ontwerpen. Een huis in de neoclassicistische- of Lodewijk XVI- bouwstijl. Helaas overleed de architect tijdens het bouwen. Hij werd opgevolgd door architect B.W. H. Ziesenis, die het huis toch een eigen 'draai' heeft gegeven, want de oorspronkelijke tekeningen wijken iets af. Het huis is in drie fasen gebouwd. Eerst het huis, daarna de zijvleugels met de ronde kanten en tenslotte het zuilenportiek. Omstreeks 1810 was het klaar: een prachtige buitenplaats met alles er op en eraan.

C.J. van Nellesteyn had van een niet bijzonder in het oog springende ridderhofstad een bijzondere buitenplaats gemaakt. Geholpen door de tuin eromheen. Eerst had de tuin een formele aanleg, maar rond 1800 kwam de Engelse landschapstijl in zwang. Tuinarchitect J. G. Michael zorgde voor de eerste veranderingen in het park, later verfijnd door J.D. Zocher sr. en jr.

GRAFTOMBE VAN NELLESTEYN In de nieuwe parkaanleg kwamen ook nieuwe zichtassen. Een van die zichtassen was vanuit het huis naar de Donderberg. Van Nellesteyn vroeg Zocher jr. een graftombe te ontwerpen die paste in de landschapsstijl van de aangelegde parktuin. In 1818 verrees een graftombe met daarop een dertien meter hoge toren op de Donderberg en kreeg de uiterlijke verschijningsvorm van een Romeinse tempel. De grafkelder werd onder de toren gemaakt en ingegraven in de heuvel. De functies van de tombe waren divers. Naast mausoleum voor de familie, was het een tuinsieraad.

Tot in begin 20e eeuw zijn er nazaten van de familie van Nellesteyn begraven in de tombe. Lange tijd heeft er een klein huis aan de tombe vastgezeten. Dit hield verband met de nieuwe begraafplaats die voor de Darthuizer bevolking vóór de tombe was aangelegd. Aanvankelijk werd het huisje gebruikt door de grafdelver. Ook na het sluiten van de begraafplaats bleef het huisje bewoond. In de Tweede Wereldoorlog werd de tombe door de bezetter gebruikt als uitkijkpost en werd er geslapen.

In 1952 liet de gemeente Leersum, vanaf 1906 eigenaar van de tombe, het huisje afbreken en alles weer in oude staat herstellen. De tombe heeft inmiddels een aantal restauraties ondergaan en ziet er nu weer prachtig uit.

PAUW VAN WIELDRECHT EN STRATENUS In 1873 werd het bezit van de Van Nellesteyn gesplitst. De broers C. J. en W. (de derde generatie) kregen ieder een gedeelte na de dood van hun ouders. Kinderloos en op leeftijd, verkochten zij in 1897 een groot deel van hun bezittingen aan de echtgenoten Mr. Maarten Iman ridder Pauw van Wieldrecht en jkvr. Maria Repelaer. De tombe en 20ha. grond eromheen bleven in bezit van Cornelis van Nellesteyn, pas na zijn dood zou het aan de gemeente Leersum vervallen.

De familie Pauw van Wieldrecht heeft lange tijd op de buitenplaats gewoond. In 1906 werd Broekhuizen door een verwoestende brand getroffen, maar in dezelfde stijl meteen daarna weer opgebouwd.

Na de dood van Maria Repelaer in 1939 ging het goed over naar haar dochter jkvr. C. H. Pauw van Wieldrecht, echtgenote van jhr. Th. J. G. Stratenus. Nu is Broekhuizen al weer enige tijd in handen van de zakenman W. Dieker en herbergt het huis een hotel en een restaurant met Michelinster.

door Annet Werkhoven

Bronnen en beeldmateriaal: Dekker, Dr. C., Het Kromme Rijngebied in de Middeleeuwen (Zutphen, 1983); Demoed, E.J., In een lieflijk landschap (Zaltbommel, 1984); Groningen, Drs. C.L. van, De Tombe van Nellesteyn (Leersum, 1997); Groningen, Drs. C.L. van, De Utrechtse Heuvelrug. De Stichtse Lustwarande (Zwolle, 1999); Groningen, Dr. C.L. van, Kasteel Broekhuizen (Leersum, 2003); Lägers, H. en M. Prins-Schimmel, Leersum. Geschiedenis en architectuur (Zeist, 2003);Vogelzang, Dr. F., en G. van Os, 'Broekhuizen: hoogtepunt van Stichtse neoclassicisme (1-4)' in Hoetwas (deel 1 t/m 4). Periodiek H. V. Leersum (Leersum, 2014);Het Utrechts Archief: anonieme pentekening van Serrurier (naar Pronk); RHC z-o Utrecht: divers oud beeldmateriaal; familie-archief van de familie Stratenus; met dank aan C. Keur en M. Stratenus.

Annet Werkhoven
Foto: Annet Werkhoven
Graftombe van Nellesteyn met aanbouw rond 1900.