Om te voorkomen dat vanaf eind mei de stroom rupsen aanzwelt en de brandharen weer massaal in de rondte gaan dwarrelen, is het tijd nu al in actie te komen. Dat gebeurt in de meeste gevallen met een cocktail aan maatregelen. De natuurvriendelijkste manier is de rode loper uitleggen voor natuurlijke vijanden van de processierups. Oftewel: hang zoveel mogelijk koolmeesnestkastjes op en zorg voor kruidenrijke bermen waarin bijvoorbeeld sluipwespen goed gedijen.

BACTERIËN EN AALTJES Daarnaast zijn er wat minder natuurvriendelijke methoden, die nochtans wél biologisch heten. Veel gemeenten nemen bijvoorbeeld hun toevlucht tot het spuiten van het middel Xentari. Daarin zit een bacterie (met de wetenschappelijk naam Bacillus thuringiensis aizawai) die dodelijk is voor de eikenprocessierups, wanneer deze de met genoemde bacteriën besmette eikenbladeren eet.

Het andere veelgebruikte biologische bestrijdingsmiddel zijn nematoden, oftewel aaltjes (Steinernema feltiae). De nematoden worden op de bomen gespoten als de rupsen net uit hun ei zijn gekomen (dat is in deze tijd van het jaar). Ze kruipen de rupsen binnen, die daarna sterven. Volgens de Vlinderstichting gebruikt ruim de helft van de 355 gemeenten in Nederland bacteriepreparaten of aaltjes.

SPUITEN EN ZUIGEN De gemeente Wijk bij Duurstede zegt op haar website goede ervaringen te hebben met Xentari en aaltjes: ,,In 2019 zijn we begonnen een aantal eiken in te spuiten met een biologisch middel (Xentari) dat de eieren en larven van de eikenprocessierups doodt. Daarnaast lieten we (volgroeide)nesten wegzuigen. Preventieve behandeling met Xentari en daarna het wegzuigen van nesten heeft naar tevredenheid gewerkt en daarom spuiten we dit jaar alle gemeente eikenbomen hiermee in.”

,, In gebieden met bijzondere soorten, wordt er niet gespoten met Xentari, maar met aaltjes. De meldingen die we daarna nog krijgen van nesten, verzamelen we en dan wordt er periodiek een “zuig” ronde gedaan om deze nesten weg te halen. De bestrijding is meestal eind mei, begin juni. Vanwege de zachte winter en het mooie lenteweer is dit jaar de natuur iets vroeger met alles, daarom beginnen we eerder.”

Een woordvoerder wil er nog aan toevoegen dat niet daadwerkelijk álle bomen worden ingespoten: ,,Vorig jaar hebben we maar een gedeelte van onze bomen bespoten en verder de nesten weggezogen. Daar waar gespoten was, werd de minste overlast ervaren. En we hadden ten opzichte van andere gemeenten minder overlast. We hebben daarom gekozen om dit jaar een groter gedeelte van onze bomen te bespuiten en daarnaast nesten weg te zuigen. De Bomenbank heeft samen met de Vlinderstichting bekeken waar er beter niet gespoten kan worden om kwetsbare natuur te beschermen. Op onze website staan de kaarten waar we niet spuiten (veelal buitengebied).” 

Daarnaast zet de gemeente Wijk bij Duurstede in op het biodiversiteitswapen: het planten en zaaien van plantsoorten die natuurlijke vijanden van de processierups aantrekken en het ophangen van koolmeesnestkastjes (https://www.wijkbijduurstede.nl/inwoners/nestkastjes.html)

HEESTERS OF BLOEMRIJK GRASLAND Ook in Bunnik wordt ter preventie de combinatie van biologische bestrijdingsmiddelen – in dit geval aaltjes - en biodiversiteit ingezet. ,,Wij zorgen voor een diversiteit aan planten, bloemen en bomen in het openbaar groen. Zo planten wij bijvoorbeeld heesters of bloemrijk grasland onder vrijstaande eikenbomen. Dit is een goede leefomgeving voor insecten die de rupsen eten.” Ook roept Bunnik bewoners op koolmezennestkastjes op te hangen. https://www.bunnik.nl/eikenprocessierups-bunnik/

Verder behandelt Bunnik volgens een woordvoerder ,,sowieso alle gemeentelijke bomen waar ooit eikenprocessierupsen zijn aangetroffen en bomen die vanwege hun locatie een risico vormen, zoals bij scholen. In totaal komt dat neer op iets meer dan 60% van het aantal gemeentelijke eiken."

Voor Houten is het beeld niet anders: aan de ene kant wordt vól ingezet op biodiversiteit met het ophangen van 160 mezenkasten en 40 vleermuiskasten. Anderzijds laat de gemeente een gespecialiseerd bedrijf de rupsen bestrijden met een biologisch bestrijdingsmiddel. ,,We doen dit alleen op plaatsen waar veel mensen in aanraking kunnen komen met de eikenprocessierups”, zegt Houten op haar website. En dat is een interessante toevoeging, want Xentari en aaltjes zijn bepaald niet onomstreden.

(Tekst loopt door onder foto)


Luc Hoogenstein

GROTE BEDENKINGEN Beide middelen zijn namelijk niet soortspecifiek werkzaam, oftewel: ze doden niet alleen de eikenprocessierups. Andere vlindersoorten (waaronder beschermde) en andere insecten, nota bene ook de natuurlijke vijanden, kunnen eveneens het loodje leggen. De Vlinderstichting, die al jaren onderzoek doet naar de problematiek rond de eikenprocessierups, heeft dan ook grote bedenkingen tegen het zonder meer inzetten van deze bestrijdingsmiddelen.

,,Wat ik niet goed begrijp, is dat je aan de ene kant aan de slag gaat met mezenkastjes en plantenrijke bermen terwijl je tegelijkertijd middelen inzet die juist een aanslag vormen op de biodiversiteit. Dus wat je aan de ene kant helpt, help je aan de andere kant om zeep.” Anthonie Stip van de Vlinderstichting ziet veel gemeenten in Nederland in deze spagaat terechtkomen.

EIKENPAGE Hij beaamt dat het een dilemma is: ,,Je moet wat doen aan de overlast, dat snap ik ook wel. Maar met Xentari en aaltjes maak je ook heel veel andere insecten dood. In de Kromme Rijnstreek geldt dat bijvoorbeeld voor een mooie vlinder als de eikenpage, maar dus ook voor natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups, zoals sluipwespen en gaasvliegen.

Wat kan je dan wél doen, want met alleen met nestkastjes en rijke bermen ga je het niet redden. ,,Nee, in deze fase zeker niet”, beaamt Stip. ,,Waar je in ieder geval mee kunt beginnen, is de overlast bestrijden op plekken waar veel mensen komen of waar kwetsbare mensen komen. Als je daar bacteriën en aaltjes in wilt zetten, heb ik daar wel begrip voor. Dat is selectief.” En dat is waar de gemeente Houten dus op doelt.

Wijk bij Duurstede suggereert dat aaltjes minder schadelijk zijn dan bacteriën als ze zegt: ,, In gebieden met bijzondere soorten wordt er niet gespoten met Xentari, maar met aaltjes.” Er is volgens Stip inderdaad wel enig verschil: ,,De bacteriën kunnen zeker bij droog weer langer op de bladeren zitten en zijn dus langer effectief. De aaltjes hebben echt een gastheer nodig en als ze die niet vinden, gaan ze binnen een dag dood.”

AANZIENLIJKE NEVENSCHADE Maar hoe het ook zij: de biologische bestrijdingsmiddelen zorgen voor aanzienlijke nevenschade, dus hoopt de Vlinderstichting dat er zo spaarzaam mogelijk mee omgegaan wordt. Dat zou in Stips ogen ook gewoon verstandiger zijn. Er zijn namelijk tekenen die erop wijzen dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen de plagen in de toekomst juist aanwakkert. ,,Er blijven altijd vlinders over. Komt er dan een vrouwtje in een gebied waar veel natuurlijke vijanden zijn doodgegaan, legt ze zo weer honderden eitjes waar rupsen uitkomen. En dan ben je weer terug bij af.”

Volgens Stip zullen we met de eikenprocessierups moeten leren leven. ,,Die gaat niet meer weg. Dus ja, je krijgt er jeuk van, maar die gaat in veel gevallen uiteindelijk wél weg. Dat zeg ik overigens zonder de gezondheidsklachten te willen bagatelliseren hoor. Maar de grootschalige manier waarop bestrijding van de rups nu vaak gaat, maakt het mijns inziens alleen maar erger.”

 Louis van Oort 

Luc Hoogenstein
Foto: Luc Hoogenstein
Luc Hoogenstein
Foto: Luc Hoogenstein
Luc Hoogenstein
Foto: Luc Hoogenstein
Luc Hoogenstein
Foto: Luc Hoogenstein