Convenant woonplaats-beginsel sociaal domein

21 december 2015 om 00:00 Algemeen

Met het convenant woonplaatsbeginsel in de hand kunnen betrokken gemeenten per zorgvraag bekijken welke gemeente formeel verantwoordelijk is en welke gemeente praktisch verantwoordelijk is. Als het bijvoorbeeld om jeugdhulp voor een kind van gescheiden ouders gaat, bekijken de gemeenten waar het kind in de praktijk het meeste woont en het sociale netwerk het meest actief is. Op die plek organiseren gemeenten de benodigde hulp. Zo geven ze in de praktijk uitvoering aan het principe: zorg dichtbij.

Bijvoorbeeld: de gemeente Utrechtse Heuvelrug is formeel verantwoordelijk voor de jeugdhulp voor een kind van gescheiden ouders. Het hoofdverblijf is bij moeder in de Utrechtse Heuvelrug, maar het kind woont in de praktijk vooral bij vader in Bunnik. Het lokale team van de Utrechtse Heuvelrug beoordeelt waar de hulp het beste georganiseerd kan worden. Als dat in de gemeente Bunnik is omdat het kind daar het meeste woont, sport en leeft, dan gaat het lokale team in Bunnik aan de slag met de organisatie van de hulp. Zij kennen immers de lokale situatie en mogelijkheden het beste. De gemeente Utrechtse Heuvelrug zorgt voor de formele afhandeling en financiering van de hulp.

Doordat deze afspraken zijn vastgelegd hoeft niet bij elke casus over gemeentegrenzen heen een oplossing worden gezocht voor de eventueel negatieve uitwerking van het woonplaatsbeginsel, omdat gemeenten onderscheid maken tussen formeel en praktisch verantwoordelijke gemeenten. Voorheen waren dergelijke afspraken er niet, wat soms leidde tot onduidelijkheid en discussie over hoe de zorg te organiseren.

Het convenant is nu getekend door Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist. Het staat open voor ondertekening door andere gemeenten in Nederland.

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie