
Annemarie Altink-Denier van der Gon: ‘Honderd worden? Het gaat vanzelf’
19 augustus 2026 om 16:00 MensenZEIST In de straat staan opvallend veel auto’s geparkeerd met buitenlands kenteken. De bloemist rijdt een paar keer voor met grote bossen bloemen. Gasten komen en gaan. Vanaf de straat hoor je lachen en praten. Annemarie Altink-Denier van der Gon viert haar honderdste verjaardag in haar achtertuin.
,,Ik was steeds aan het twijfelen toen mijn kinderen dit feest organiseerden. Als ik het niet red, stel ik de familie zo teleur. Achteraf kan ik alleen maar vreselijk tevreden zijn.’’ Het feest is achter de rug, de rust is weergekeerd, het leven gaat door. ,,Honderd worden? Het gaat vanzelf.’’ Aan de tafel in de bijkeuken kijkt Annemarie Altink-Denier van der Gon terug op haar lange leven.
Ze is geboren in 1926 in Middelharnis en verhuisde als klein meisje van dat Zuid-Hollandse eiland naar Den Haag. Haar vader was leraar wis- en natuurkunde op de HBS en vond daar een baan. Annemarie kreeg haar diploma automatisch, toen de scholen sloten op Dolle Dinsdag. Via haar vader kwam ze in 1944 terecht in het verzet, op de fiets bracht ze brieven rond in Den Haag. Haar vader was kwartiercommandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Hij werd opgepakt door de bezetter en gevangen gezet in Scheveningen. Annemarie moest onderduiken. Twee maanden voor de bevrijding is haar vader op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd bij een vergeldingsactie, een gebeurtenis die diepe indruk op haar heeft gemaakt. Ze maakte moeilijke jaren door, na de oorlog. Haar droom om balletdanseres te worden, moest ze opgeven. ,,Ik durfde de deur niet meer uit en kreeg hartkloppingen.’’
ZOLDERKAMER IN AMSTERDAM
Ze besloot politicologie te gaan studeren en vond een zolderkamer in Amsterdam. ,,Tijdens college heb ik mijn man ontmoet. Hij volgde dezelfde studie. We woonden schuin tegenover elkaar. Ik op mijn zolder en hij bij een hospita waar hij na tien uur geen bezoek meer mocht ontvangen. We zijn getrouwd, maar hadden toen nog geen woning. We hadden ook geen geld. Om wat te verdienen kookte ik elke week een keer voor mijn broer en een vriend van hem. Daar betaalden ze samen drie gulden voor en dat was genoeg om voor vier personen een maaltijd te bereiden. We hadden niet veel, maar we hadden het vreselijk leuk.’’
Op een gegeven moment was Annemarie in verwachting, maar woonden ze nog steeds tegenover elkaar. ,,Mijn man ging telkens naar de makelaars op het Leidseplein en kon op een gegeven moment een flat krijgen als hij duizend gulden sleutelgeld zou geven. Dat hebben we gedaan. We woonden vlakbij een gracht. Onze oudste wilde graag buiten spelen, ik deed hem onder zijn jas een zwemvestje aan.’’ In Amsterdam kreeg het jonge stel na de eerste zoon ook een dochter. ,,Mijn man werkte in Zeist, hij gaf cursussen en advies. Via woningruil zijn we hier terechtgekomen, in het huis waar ik nu al tweederde deel van mijn leven woon. In Zeist kregen we er nog twee kinderen bij.’’
BAMBOEFLUITEN
In 1973 is haar man overleden en bleef Annemarie achter met vier opgroeiende kinderen. ,,Toen de jongste naar de eerste klas ging, ben ik op de Vrije School gaan werken. Ik had een cursus bamboefluiten maken gedaan en speelde daar op. Daarin ben ik les gaan geven. Later gaf ik ook godsdienstles en heb ik in de dagelijkse leiding gezeten. Veel tijd om stil te staan bij verdriet was er niet, het ging allemaal door. Om de eindjes aan elkaar te knopen, heb ik altijd mensen op kamers gehad.’’
Haar kinderen zijn alle vier geëmigreerd. ,,De oudste naar Zweden, de tweede naar Noorwegen, de derde ook naar Zweden en de jongste ging naar Zwitserland. Ik heb ze heel vaak met de auto kunnen bezoeken en later ook per vliegtuig, toen vliegen wat goedkoper werd.’’
Een paar jaar geleden vloog ze voor het laatst, om het huwelijk van een kleindochter bij te wonen. ,,Als ik te lang stil zit, krijg ik allerlei kwalen. Dat heb je, als je ouder bent.’’ Ze vervolgt: ,,Afgelopen winter ben ik nog wel naar Zwitserland geweest, per auto heen en terug. Mijn dochter had me opgehaald.’’
POLITIEK
Met haar kinderen, de acht kleinkinderen en de zes achterkleinkinderen houdt Annemarie contact dankzij haar mobieltje en tablet. Ze leest dagblad Trouw -,,een krant met een positieve insteek’’- en de European Correspondent. ‘’Politiek blijft me interesseren.’’ Ook is ze lid van twee studieclubs en maakt ze graag een wandeling. ,,Wel is het zo dat alles meer tijd kost. Bovendien ga ik tussen de middag even rusten. Gelukkig heb ik de tijd om dat te doen.’’













